• Deskundig advies
  • Jarenlange ervaring
  • Afspraak is afspraak

VOF met de partner

Vele ondernemers hebben een VOF met de partner. Op zich is het een prima constructie welke kan resulteren in een lagere belastingdruk over het gezinsinkomen. Ik schrijf bewust kan. Een VOF met de partner zorgt er zeker voor, dat de interesse van de inspecteur wordt gewekt. Ik zal het u uitleggen.

Aftrekpost

Het fiscale probleem waar u mee te maken kunt krijgen is dat de inspecteur een van de twee geen zelfstandigenaftrek toekent. Hierdoor mist diegene een aftrekpost van minimaal € 7.000! Anders gezegd, als u beiden de zelfstandigenaftrek krijgt toebedeeld, betaalt u over de winst van de VOF van ruwweg € 40.000 nagenoeg geen inkomstenbelasting. Dit is nu net vaak de reden om een VOF met de partner te starten.

Ondersteunen

Dit komt omdat de inspecteur stelt dat een van de twee partners in de VOF ondersteunende werkzaamheden verricht. Als dit inderdaad zo is, is de partner geen ondernemer. Met als gevolg, dat de ondersteunende partner bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek mist. Vaak zijn de feiten en omstandigheden anders en is de partner net zo betrokken bij de onderneming. Echter blijkt dat nergens uit. Hier wringt de schoen. Omdat het een aftrekpost is moet u bewijzen, dat u recht heeft op de zelfstandigenaftrek.

Mijn advies

Heeft u een VOF met de partner, dan is mijn advies om zoveel mogelijk gerealiseerde omzet per vennoot/partner te specificeren in de administratie én contracten samen te ondertekenen. Juridisch noemen we dit ‘rechtstreek verbonden voor verbintenissen aangaande de onderneming’. Op deze manier bent u en uw partner rechtstreeks aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. Beide zijn dan ondernemer binnen de inkomstenbelasting en veel fiscaal leed wordt voorkomen.

Heeft u een VOF met de partner en bent u er niet zeker van of u en uw partner ondernemer zijn voor de Inkomstenbelasting? Neem dan gerust contact op. Ik help u graag verder.

Met vriendelijke groet,

Ron Meijer

Brondocumenten:

Gerechtshof Den Haag 26 april 2019, nr. 18/01094

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018, nrs. 17/01283 t/m 17/01287

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 juni 2017, nr. 16/00400

Hof Leeuwarden 29 mei 2012, nr. 11/00080