• Deskundig advies
  • Jarenlange ervaring
  • Afspraak is afspraak

Schenken aan ondernemer met negatief eigen vermogen

Interessant in deze tijd van economische malaise is om niet (alleen) de hand op te houden bij onze overheid. Zijn er mogelijkheden binnen de Successiewet om mensen in nood, bijvoorbeeld mkb, vrij van belasting te helpen zijn of haar schulden te voldoen vraagt Ron Meijer zich af.

In een LinkedIn artikel heb ik onlangs de lezer gewezen op de vrijstellingen van artikel 33 Successiewet. De meesten van onze kennen het jaarlijks belastingvrij schenken maar al te goed. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Te denken valt aan het jaarlijks belastingvrij schenken van ouders aan kinderen, de eenmalige verhoogde vrijstelling bij een schenking van ouders aan hun kinderen tussen het 18de en 40ste levensjaar. De meeste fiscalisten helpen bij het ontwijken van de erfbelasting door onder andere het opstellen van een schenkingsplan, teneinde voor het overlijden het vermogen, dat vaak voor de kinderen is, met een warme hand aan de kinderen te schenken en alle vrijstellingen die de wet ons biedt te benutten. Wat mij betreft meer dan prima. Gezien de informatie uit de hoek van Financiën, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat fiscalisten hier meer dan bedreven in zijn. Immers de opbrengsten uit de Successiewet laten al jaren een dalende trend zien.

De helpende hand

Waar ik u als lezer is op wil wijzen is het schenken aan iemand die niet in staat zijn eigen schulden te voldoen. In onze huidige tijd, mag je er gevoeglijk van uitgaan dat bij menig ondernemer in zowel het mkb als zzp straks het water spreekwoordelijk aan de lippen staat. De helpende hand vanuit de overheid zal vaak toch niet voldoende zijn. Ondernemers kunnen hun schulden niet voldoen en bedrijven en gezinnen dreigen hierdoor spreekwoordelijke te verzuipen. Wat doe je dan als betrokken ouder? Natuurlijk helpen zou ik zeggen. Welnu, binnen de Successiewet kennen we artikel 33 8° SW. Kort gezegd zijn vrijgesteld schenkingen die tot doel hebben de schulden die de ander niet meer kan voldoen, af te lossen vrij te laten van schenkbelasting. Er is niet veel jurisprudentie over dit wetsartikel. In de NDFR vond ik deze uitspraak die ons in de deze tijdsgeest lijkt te passen als een perfect zittende Van Bommel-schoen.

Benarde financiële omstandigheden

Hof Den Haag  59/1977 (ECLI:NL:GHSGR:1977:AX3146) moest zich buigen of een schenking van vader aan de zoon die startte met zijn eigen tandartspraktijk, wel of niet binnen de Successiewet belast was. Uit de feiten en omstandigheden komt naar voor de zoonlief helaas ten tijde van de schenking beschikte over een negatief eigen vermogen. Alle bezittingen opgeteld minus de aangegane schulden leiden tot een simpele optelsom, dat de schulden hoger zijn dan de bezittingen. Aldus is sprake van een negatief eigen vermogen. De inspecteur is van mening dat niet alleen naar het nu moet worden gekeken. Volgens het standpunt van de inspecteur moet ook naar verdiencapaciteit in de nabije toekomst worden gekeken. In het arrest staat te lezen: ‘de inspecteur is van mening dat het voor de toepassing van de vrijstelling niet voldoende is, dat de schulden van de begiftigde de waarde van diens bezittingen overtreffen, al heeft de schenking de strekking gehad hem tot betaling van zijn schulden, voor zover die niet door bezittingen worden gedekt, in staat te stellen. Hiernaast moet de eis worden gesteld, dat de begiftigde in benarde financiële omstandigheden verkeert. Het enkele feit van een negatief vermogen brengt dit niet mee. Niet bedoeld kan zijn iedere schenking aan een insolvabele debiteur vrij te stellen. Immers, een negatief vermogen behoeft niet noodzakelijkerwijs tot de slotsom te leiden, dat de begiftigde niet in staat is zijn schulden te betalen. Hiervoor moet gelet worden op de totale financiële positie, waaronder zijn kredietwaardigheid in verband met verwachtingen omtrent de inkomsten, die hij zich in de toekomst zal kunnen verwerven’. Het is daarom niet juist uit te gaan van een momentopname. Beslissend is de financiële positie met inachtneming van de te verwachten ontwikkeling op het ogenblik van de schenking. Het is geenszins ongewoon, dat een jonge tandarts een negatief vermogen heeft, doordat hij voor de financiering van een eigen praktijk vreemd vermogen heeft moeten aantrekken. De maatschappelijke positie van de betrokkene en zijn daarmede samenhangende inkomensverwachtingen staan voldoende borg voor een dergelijke financiering’.

Het Hof is het oneens met de inspecteur en formuleert het als volgt: ´dat het, gezien het vorenoverwogene, in strijd met de aard van de vrijstelling moet worden geacht hierin een subjectief element te brengen door voor de toepassing daarvan mede de inkomensverwachtingen van de begiftigde in aanmerking te nemen en, in verband hiermede, diens toekomstige draagkracht; dat het bovendien blijkens de wetsgeschiedenis juist de bedoeling is geweest iemand die ‘onder Jan’ was zonder betaling van schenkingsrecht van zijn negatief vermogenssaldo te kunnen afhelpen, met de bedoeling aldus de druk weg te nemen die dit negatieve saldo op zijn financiële positie legde; dat het niet voor de hand ligt daarbij niet mede te denken aan het wegnemen c.q. verminderen van de druk van een schuldenlast teneinde de begiftigde voor de toekomst armslag te geven;

dat hierbij komt, dat, zou de wetgever het een vereiste hebben willen doen zijn, dat de begiftigde niet in staat moet worden geacht in de toekomst zelf zijn schulden aan te zuiveren, het voor de hand zou hebben gelegen, dat dit vereiste in de wet zou zijn vermeld; dat daarbij dan een maatstaf, waaraan zou moeten worden getoetst of de toekomstverwachtingen van de begiftigde aan de toepassing van de vrijstelling in de weg staan, bezwaarlijk zou kunnen worden gemist; dat er om deze redenen geen aanleiding is te veronderstellen, dat de wetgever bij het in het leven roepen van de vrijstelling het maken van dergelijke onderscheiding zou hebben beoogd’. Kort gezegd, het nu is van belang om vast te stellen, dat begiftigde niet meer in staat is zijn of haar schulden te voldoen, dat het in de toekomst anders kan zijn is irrelevant.

Met bovengenoemde uitspraak in de hand en het achterwege laten van een naar aanleiding van vorengenoemde arrest wijzigen van de wet, kan mijns inziens niet anders geconcludeerd worden dan dat de wetgever tot doel heeft gehad in benarde situatie verkerende personen te helpen zijn of haar schulden te voldoen.

Tip

Mijn advies is dan ook: ‘maak de simpele rekensom en leg vast dat sprake is van een negatief eigen vermogen en dat de ondernemer niet meer in staat is de schulden te voldoen’. Zo kan een ondernemer met behulp van de ruimte die de wet ons biedt, in deze hele moeilijke tijd fiscaal vriendelijke worden geholpen.