• Deskundig advies
  • Jarenlange ervaring
  • Afspraak is afspraak

Inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding

De inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding houdt de gemoederen binnen de rechtspraak behoorlijk bezig.

Het aantal dagen dat een kind jonger dan 12 jaar bij een ouder woont is, is bepalend voor het recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding. Het recht hebben op een inkomensafhankelijke combinatiekorting is vastgelegd in artikel 44b Uitv.reg. IB 2001 en daarmee aan dat van artikel 8.14a, lid 1, eerste volzin, Wet IB 2001. 

Wet

In artikel 8.14a, eerste lid, eerste volzin, van de Wet IB 2001 is bepaald dat de inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor de belastingplichtige indien:

  • hij een arbeidsinkomen heeft dat meer bedraagt dan € 4.857, dan wel hij in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek;
  • in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen, en
  • hij in het kalenderjaar geen partner heeft, dan wel indien hij wel een partner heeft, hij in het kalenderjaar een lager arbeidsinkomen heeft dan zijn partner.

In de tweede volzin van het artikellid is opgenomen dat bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen een kind dat niet op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen, voor de toepassing van beschouwd wordt ook op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige te staan ingeschreven in de basisregistratie personen.

De regeling is vastgelegd in artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, en luidt dat als:

”Voor de toepassing van artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt een kind dat niet op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen, beschouwd toch op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige te staan ingeschreven in de basisregistratie personen gedurende de periode van het kalenderjaar dat het kind tegelijkertijd tot het huishouden van diens beide ouders behoort en het kind op hetzelfde woonadres als diens andere ouder staat ingeschreven in de basisregistratie personen. Voor de toepassing van de eerste volzin behoort een kind tegelijkertijd tot het huishouden van diens beide ouders indien hij doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft.”

Rechtspraak

Rechtbank Noord-Nederland vond dat belanghebbende recht had op de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding. De exacte overweging van Rechtbank Noord-Nederland is niet openbaar en laat ik derhalve buiten beschouwing . 

De inspecteur ging in cassatie. Hof Arnhem-Leeuwarden stelde de inspecteur in het gelijk. Belanghebbende had geen recht op de inkomensafhankelijk combinatiekorting bij echtscheiding. En wel hierom. “Belanghebbende haar dochter stond in 2015 niet op hetzelfde woonadres als belanghebbende ingeschreven in de basisregistratie personen. Uit het verblijfsschema volgt dat zij in perioden van 14 dagen eenmaal op vier dagen en eenmaal op twee dagen bij belanghebbende placht te verblijven, steeds met inbegrip van een wisseldag. Ook in het voor belanghebbende gunstigste geval, waarbij het begrip week wordt opgevat als een periode van zeven dagen en die periode in een vaste cyclus op elke weekdag kan beginnen, is in het door belanghebbende gehanteerde schema geen mogelijkheid te vinden waarin de dochter per week drie dagen bij hem pleegt te verblijven. Daarom kan niet worden geoordeeld dat zij doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft en op die grond beschouwd kan worden tegelijkertijd tot het huishouden van haar beide ouders te behoren en toch op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige te staan ingeschreven in de basisregistratie personen. Een verblijf van zes dagen per twee weken leidt wel tot een gemiddeld verblijf van drie dagen per week, maar niet tot een verblijf van doorgaans drie dagen per week”.  

Hoge Raad

Belanghebbende heeft op haar beurt cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad en toen werd het pas echt interessant. De Hoge Raad stelde belanghebbende in het gelijk!

De Hoge Raad leidt uit de wetsgeschiedenis af dat de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding kan worden genoten door beide ouders als: “zij de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen”.
Aan het criterium dat beide ouders de zorg voor de kinderen gelijk verdelen is doorgaans voldaan als een kind van niet samenwonende ouders behoort tot het huishouden van één van de ouders, en het kind doorgaans ten minste 3 tot 3,5 dag per week verblijft in het huishouden van de andere ouder.

Arrest Hoge Raad

Volgens de Hoge Raad kan de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding echter ook worden genoten door beide ouders: “als zij de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen in een ander duurzaam ritme dan hiervoor bedoeld”. Dit betekent, dat volgens de Hoge Raad niet vastgehouden moet worden aan de rigide eis dat het kind elke week doorgaans 3 dagen bij een ouder moet verblijven. Er is volgens de Hoge Raad recht is op de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij echtscheiding als het kind bijvoorbeeld 1 week 4 dagen bij de ouder verblijft en de week er op 2 dagen.  



Jurisprudentie:

Rechtbank Noord-Nederland  ECLI:NL:RBNNE:2018:2711

Hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2019:2609

Hoge Raad ECLI:NL:HR:2020:415