• Authentiek
  • Oprecht
  • Creatief en deskundig

Artikel 50 AI Act

Artikel 50 AI Act: wat je wél en niet moet melden vanaf 2 augustus 2026

De vraag komt bijna elke training voorbij, meestal ergens na de tweede kop koffie. Iemand leunt achterover, armen over elkaar, en zegt: “Moet ik straks onder elk advies zetten dat ChatGPT heeft meegeschreven?” Sinds deze week is die vraag extra urgent, want op 2 augustus 2026 — aanstaande zondag — treedt artikel 50 van de AI Act in werking. Het transparantie-artikel. En terwijl heel fiscaal Nederland elkaar naroept dat “de AI Act is uitgesteld”, is dít artikel gewoon blijven staan.

Beide helften van dat verhaal verdienen een eerlijk antwoord. Dus: wat moet je nu echt? En minstens zo belangrijk: wat moet je níet?

Eerst het misverstand: de AI Act is niet uitgesteld… een deel wel

De Europese Commissie kreeg dit voorjaar politiek akkoord over de Digital Omnibus. Dat pakket verschuift de deadlines voor high-risk AI-systemen: stand-alone systemen uit bijlage III schuiven naar 2 december 2027, AI ingebed in producten uit bijlage I naar 2 augustus 2028.

Zestien maanden lucht. De kranten schreven “uitstel”. LinkedIn haalde opgelucht adem.

Maar artikel 50 van de AI Act valt buiten dat uitstel en gaat op 2 augustus 2026 gewoon in. De transparantieverplichting is bewust ongemoeid gelaten. Voor generatieve AI-systemen die al op de markt waren geldt alleen voor de technische markering een overgangstermijn tot 2 december 2026.

Denk aan het verschil tussen de motor van je auto en het dashboard. De motorkeuring is verschoven naar 2027. Maar het dashboard — alles wat de bestuurder ziet en aanraakt — moet zondag op orde zijn.

Wat vraagt artikel 50 van de AI Act precies?

Artikel 50 kent vier situaties. Niet meer, niet minder. Er staat nergens een algemene meldplicht voor elk document waar AI aan heeft meegewerkt. Wie het zelf wil nalezen: de volledige wetstekst van artikel 50 staat online.

Situatie 1: de chatbot. Een AI-systeem dat direct met mensen communiceert moet duidelijk maken dat het een machine is, uiterlijk bij de eerste interactie. Die plicht ligt primair bij de aanbieder van het systeem. Maar let op: een kantoor dat een chatbot zelf ontwikkelt, onder eigen naam aanbiedt of ingrijpend aanpast, kan zélf aanbieder zijn.

Situatie 2: markering van AI-content. Aanbieders van generatieve AI moeten hun output machine-leesbaar markeren als kunstmatig gegenereerd. Dit is een plicht van OpenAI, Microsoft, Google en Anthropic — niet van jou als gebruiker.

Situatie 3: emotieherkenning en biometrie. Wie zulke systemen inzet moet betrokkenen informeren. In de fiscale en accountancypraktijk vrijwel nooit aan de orde.

Situatie 4: deepfakes en publiek gepubliceerde AI-tekst. Deepfakes moeten als kunstmatig worden bekendgemaakt. En AI-gegenereerde tekst die wordt gepubliceerd met het doel het publiek te informeren over onderwerpen van algemeen belang, moet als AI-gegenereerd worden vermeld — tenzij er menselijke redactie heeft plaatsgevonden en iemand redactionele verantwoordelijkheid draagt.

Lees die laatste zin nog een keer. Daar zit de sleutel.

Moet je volgens artikel 50 AI Act bij een advies melden dat AI is gebruikt?

Nee. Niet als plicht uit de AI-verordening.

Stel: een junior gebruikt ChatGPT om een conceptadvies te schrijven over de herinvesteringsreserve. De partner beoordeelt het, scherpt het aan en verstuurt het naar de cliënt. Moet daar een AI-vermelding bij?

Het antwoord is nee, om twee redenen. Ten eerste: een advies aan één cliënt is geen “publicatie met het doel het publiek te informeren”. De cliënt is geen publiek. Ten tweede: zelfs als je daar anders over zou denken, geldt de uitzondering — er is menselijke review en de partner draagt met naam de verantwoordelijkheid.

Hetzelfde geldt voor de jaarrekening, de opdrachtbevestiging, de e-mail aan de cliënt, het bezwaarschrift en de pleitnota. Individuele stukken aan één ontvanger, beoordeeld door een professional die eindverantwoordelijk is: artikel 50 van de AI Act stelt daar geen meldplicht voor.

En breder in de verordening? Artikel 26 lid 11 kent wél een informatieplicht richting personen — maar alleen voor high-risk systemen uit bijlage III, zoals AI die sollicitanten screent of kredietwaardigheid beoordeelt. ChatGPT gebruiken voor een fiscaal advies valt daar niet onder. Er bestaat in de AI-verordening géén algemene plicht om cliënten te melden dat er ergens AI aan te pas is gekomen.

Waar moet je dan wél opletten?

Drie plekken.

De chatbot op je website. Draait er een AI-widget? Dan moet de bezoeker bij de eerste boodschap zien dat hij met een AI-systeem praat. Niet in de algemene voorwaarden, niet in kleine lettertjes. Controleer of je leverancier dit heeft geregeld — en bedenk of je door eigen aanpassingen zelf aanbieder bent geworden.

Publieke content. Blogs, kennisartikelen, publieke nieuwsbrieven, columns — teksten die je publiceert om een breed publiek te informeren over fiscale of maatschappelijke onderwerpen. Schrijft AI die grotendeels en publiceer je ze ongefilterd, dan hoort er onder artikel 50 AI Act een vermelding bij. Redigeer je zelf en staat jouw naam eronder als eindverantwoordelijke, dan niet. Dat is precies de menselijke redactie die het artikel bedoelt — en die je als professional toch al hoort te leveren.

AI-gegenereerd beeld en video. Realistische AI-beelden van bestaande personen of plaatsen zijn deepfakes en vragen om disclosure. Een duidelijk illustratieve afbeelding bij een blog niet.

En als je zelf tools bouwt? Over vibe coding en high-risk

Steeds meer kantoren bouwen met AI hun eigen hulpmiddelen — vibe coding: je vertelt in gewone taal wat je wilt, AI schrijft de code. De vraag die daarbij hoort: is zo’n zelfgebouwde tool high-risk onder de AI Act?

Nee. Niet automatisch. De bouwmethode is juridisch irrelevant — het beoogde gebruik bepaalt alles.

De verordening kijkt niet naar hoe software is gemaakt, maar naar wat het systeem doet en waarvoor het bestemd is. Vergelijk het met gereedschap: een hamer uit de fabriek en een zelfgesmede hamer zijn juridisch dezelfde hamer. Een gevibecodete tool die BTW-percentages narekent is juridisch identiek aan dezelfde tool uit een softwarepakket. Geen van beide is high-risk, want “BTW narekenen” staat niet in bijlage III van de verordening.

Per tool stel je twee vragen. Vraag één: wat doet de tool, en over wie? Verwerkt hij cijfers, teksten of documenten, dan zit je vrijwel altijd goed. Zodra de tool mensen beoordeelt of filtert, ga je naar bijlage III kijken. Daar staan de gevallen letterlijk benoemd: AI voor het werven en selecteren van personen, inclusief het filteren van sollicitaties (punt 4), en kredietwaardigheidsbeoordeling van natuurlijke personen (punt 5). Vraag twee: welke rol heeft het kantoor? Wie een zelfgebouwde tool onder eigen naam in gebruik stelt, kan aanbieder worden (artikel 3) — met bij high-risk de zware verplichtingen van dien. Het verschil tussen een taart bakken voor je eigen verjaardag en een bakkerij beginnen. Zelfde taart, andere regels.

Het concrete voorbeeld waar het misgaat: op een vrijdagmiddag bouwt een kantoor in twee uur een tooltje dat sollicitatiebrieven scant en de beste vijf kandidaten voorsorteert. Voelt onschuldig. Toch is dit precies het geval dat bijlage III punt 4 benoemt. Er is een uitzondering voor beperkte, voorbereidende taken (artikel 6 lid 3) — maar die moet je vooraf documenteren (artikel 6 lid 4), en profilering van personen valt er nooit onder. Zelfde vrijdagmiddag, zelfde techniek: het ene tooltje (KIA-berekening) is juridisch een rekenmachine, het andere (cv-filter) een gereguleerd systeem.

De vuistregel voor elke bouwsessie: gaat deze tool iets vinden van mensen? Dan eerst classificeren, dan pas bouwen. Leg per tool één A4 vast: beoogd gebruik, betrokken personen, wel of geen profilering, rol van het kantoor. Vijf minuten werk — en precies het bewijs dat artikel 6 lid 4 vraagt als er ooit iemand naar vraagt.

De echte les zit niet in artikel 50

Hier wordt het interessant. Want dat artikel 50 van de AI Act jouw adviezen niet raakt, betekent niet dat AI-gebruik daar vrij van zorgen is.

De verplichting die jou als accountant of belastingadviseur écht raakt, is ouder dan de AI Act: vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Jij blijft eindverantwoordelijk voor wat er onder jouw naam de deur uitgaat — of dat nu door een junior, een stagiair of een taalmodel is voorbereid. Verzonnen jurisprudentie, niet-bestaande wetsartikelen, cijfers die nergens op slaan: als jij ze doorlaat, is dat jouw tuchtrechtelijke probleem. Niet dat van OpenAI.

De NBA en NOREA publiceerden in juni Leidraad 2: AI Toegepast, met praktische handvatten voor reproduceerbaarheid en validatie van AI-werk in de praktijk. Wie die leidraad naast zijn eigen werkprocessen legt, is verder dan negentig procent van de kantoren.

En een vrijwillige vermelding in je opdrachtbevestiging — “wij zetten AI-hulpmiddelen in onder volledige professionele eindverantwoordelijkheid” — mag altijd. Het moet niet. Maar het geeft vertrouwen, en het voorkomt precies het gesprek dat je niet wilt voeren op het moment dat er iets misgaat.

Wat je deze week doet

Drie dingen, samen hooguit een middag werk.

Controleer je website op chat-widgets en zorg voor een zichtbare AI-melding bij de eerste interactie. Loop je publieke content na: wie redigeert, wie is eindverantwoordelijk, en staat dat vast? En leg intern een kort dossier aan met welke AI-tools je gebruikt, waarvoor, en wie de menselijke eindredacteur is. Dat laatste vraagt geen enkel wetsartikel van je — het is gewoon verstandig.

Zondag gaat artikel 50 van de AI Act in. Niet als de revolutie waar sommige nieuwsbrieven je bang voor maken. Wel als het eerste zichtbare stukje AI-wetgeving dat jouw kantoor raakt. Wie het nu rustig regelt, hoeft er nooit meer wakker van te liggen.

Zelf leren bouwen — mét de classificatievraag op zak? Op een aantal vrijdagmiddagen geef ik gratis vibe coding-sessies waarin we live AI-tools bouwen voor de fiscale praktijk, inclusief de juridische spelregels uit dit blog — kijk op de site voor de data. Of kijk naar de AI-cursus voor belastingadviseurs en accountants. Vragen over jouw situatie? Maak een afspraak voor een half uur gratis sparren.

Bron: Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), artikel 50, artikel 26 en artikel 86; Digital Omnibus (2026); NBA/NOREA Leidraad 2: AI Toegepast, juni 2026.


Ron Meijer RB
Over Ron

Vakinhoud, AI-voorsprong en 20 jaar praktijkervaring

Ron Meijer RB is registerbelastingadviseur met 20 jaar ervaring in de fiscale praktijk en voorzitter van de Commissie AI & Digitalisering van het Register Belastingadviseurs (RB). Daarnaast is hij oprichter van Blauwe Vrijdag en auteur van het veelverkochte vakboek AI in de fiscale praktijk en van de wekelijkse nieuwsbrief De Fiscale Vuurtoren over AI in het vak. Hij is een veelgevraagd spreker en trainer en verzorgt AI-cursussen voor beroepsorganisaties en kantoren, waaronder SRA, Lefebvre Sdu en NOAB. Ook Blauwe Vrijdag zelf verzorgt AI-cursussen voor belastingadviseurs en accountants.

Meer over Ron Meijer RB →

🔦 De Fiscale Vuurtoren

AI verandert ons vak sneller dan ooit. De Fiscale Vuurtoren is het licht in onzekere tijden: mijn (bijna) wekelijkse nieuwsbrief voor honderden accountants, belastingadviseurs, juristen en advocaten. Geen hype, maar houvast — verhalen uit de praktijk, prompts en tools die je maandag al kunt gebruiken. Meld je hieronder aan en vaar op zeker.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Privacy(Vereist)


Blij met mijn tip?

Wees sportief en gun mij een kop koffie 😉.