Recht op alle voordelen uit aandelen is aanmerkelijk belang
Een man verstrekt via een fonds een lening waarmee aandelen worden gekocht. Alle opbrengsten uit die aandelen komen aan hem toe. Op een deel van de vordering rust een optie. De man meent dat hij daardoor geen aanmerkelijk belang meer heeft. Het hof oordeelt anders: wie recht heeft op alle voordelen uit aandelen, is aandeelhouder voor de aanmerkelijkbelangregeling.
Lening met een gouden randje
Een man verstrekt in 2011 samen met anderen een lening van € 550.000 aan een fonds. Zijn aandeel is € 150.000. Het fonds koopt met dat geld aandelen in een veelbelovend bedrijf. Tot zover niets bijzonders. Maar let op de kleine lettertjes: alle opbrengsten uit die aandelen – dividend, verkoopwinst, noem maar op – komen volledig aan de geldverstrekkers toe. De ‘rente’ op de lening is dus geen rente, maar pure winstdeling. Wordt het bedrijf verkocht, dan verdwijnt de lening en casht de man mee. Een lening met een gouden randje, zou je kunnen zeggen.
De truc met de optie
Tegelijk met de lening verleent de man een call-optie aan een andere partij op 20% van zijn vordering. Zijn redenering is dat hij door de call-optie niet het volledige economische belang heeft. In 2014 verkoopt het fonds de helft van de aandelen en wordt de optie uitgeoefend. Zijn resterende belang is 5,3%. Als je 20% daarvan aftrekt voor de optie, kom je uit op 4,24%. En dat is net onder de magische 5%-grens voor een aanmerkelijk belang. Geen box 2, maar box 3. Scheelt een slok op een borrel: 25% versus een fractie daarvan.
Verder dan de verpakking
In 2018 worden de resterende aandelen verkocht. De man ontvangt ruim € 900.000 en geeft dit keurig aan in box 3. De inspecteur denkt daar anders over en belast het bedrag in box 2. De rechtbank geeft de man nog gelijk, maar het hof draait het om. De redenering is helder. Tot het moment dat de optie wordt uitgeoefend, komen alle voordelen uit de aandelen aan de man toe. Dat staat zwart op wit in de leningsovereenkomst. En wie recht heeft op alle voordelen, heeft een zogeheten genotsrecht. De wet is daar duidelijk over. Een genotsgerechtigde wordt gelijkgesteld met een aandeelhouder. Zijn belang is dus 5,3%. Ruim boven de ab-grens.
Creatief, maar niet creatief genoeg
De constructie was creatief, maar niet creatief genoeg. De Belastingdienst kijkt niet naar het etiket, maar naar de inhoud. Een lening die ruikt naar aandelen, smaakt naar aandelen en rendeert als aandelen, wordt behandeld als aandelen. De man moet box 2-belasting betalen over ruim € 830.000.

Vakinhoud, AI-voorsprong en 20 jaar praktijkervaring
Ron Meijer RB is registerbelastingadviseur met 20 jaar ervaring in de fiscale praktijk en voorzitter van de Commissie AI & Digitalisering van het Register Belastingadviseurs (RB). Daarnaast is hij oprichter van Blauwe Vrijdag en auteur van het veelverkochte vakboek AI in de fiscale praktijk en van de wekelijkse nieuwsbrief De Fiscale Vuurtoren over AI in het vak. Hij is een veelgevraagd spreker en trainer en verzorgt AI-cursussen voor beroepsorganisaties en kantoren, waaronder SRA, Lefebvre Sdu en NOAB. Ook Blauwe Vrijdag zelf verzorgt AI-cursussen voor belastingadviseurs en accountants.
Meer over Ron Meijer RB →🔦 De Fiscale Vuurtoren
AI verandert ons vak sneller dan ooit. De Fiscale Vuurtoren is het licht in onzekere tijden: mijn (bijna) wekelijkse nieuwsbrief voor honderden accountants, belastingadviseurs, juristen en advocaten. Geen hype, maar houvast — verhalen uit de praktijk, prompts en tools die je maandag al kunt gebruiken. Meld je hieronder aan en vaar op zeker.
Blij met mijn tip?
Wees sportief en gun mij een kop koffie 😉.
