• Authentiek
  • Oprecht
  • Creatief en deskundig

Prijsafspraak bij verkoop aandelen verhindert fiscale eenheid

Een bouwbedrijf investeert via een dochter-bv in een zeeschip en past willekeurige afschrijving toe. De moedermaatschappij voegt de dochter in de fiscale eenheid. Enkele jaren later blijkt dat bij de investering een participatieovereenkomst is gesloten met een prijsafspraak voor de latere verkoop van de aandelen. De inspecteur stelt dat hierdoor nooit een fiscale eenheid tot stand is gekomen. Bezit de moeder wel het economisch eigendom van de aandelen in haar dochter?

Structuur

Een bv staat aan het hoofd van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een gevoegde dochtermaatschappij exploiteert een bouwbedrijf. Deze dochter richt samen met een scheepvaartonderneming een nieuwe vennootschap op om te investeren in een zeeschip. De nieuwe vennootschap treedt als commanditaire vennoot toe tot een cv die het schip exploiteert. De moedermaatschappij verzoekt om voeging van de nieuwe vennootschap in de fiscale eenheid. De inspecteur geeft een beschikking af met ingangsdatum 29 september 2011. Via de fiscale eenheid brengt de moeder de willekeurige afschrijving op het schip en de exploitatieverliezen in aftrek.

Participatieovereenkomst

Na de oprichting sluiten de partijen een participatieovereenkomst. Daarin krijgt de moeder het recht om na drie jaar de aandelen aan de scheepvaartonderneming aan te bieden. De koopprijs wordt berekend volgens een bijgevoegd rekenmodel. Dit model werkt opmerkelijk: bij een hogere taxatiewaarde van het schip daalt de koopprijs voor de aandelen. Een tegengestelde verandering in de waardering van de belastinglatentie matigt namelijk de waardeverandering van het schip. De inspecteur ontdekt de participatieovereenkomst pas tijdens een derdenonderzoek bij de scheepvaartonderneming in 2014.

Economisch eigendom ontbreekt

De inspecteur legt navorderingsaanslagen op. Het gerechtshof oordeelt dat de moeder door de prijsafspraak slechts een beperkt risico van waardeverandering draagt. De moeder bezit daarom niet het economisch eigendom van ten minste 95% van de aandelen. De fiscale eenheid is dus nooit tot stand gekomen. Het gerechtshof verwerpt ook het beroep op het vertrouwensbeginsel. De moeder verstrekt bij het voegingsverzoek onjuiste informatie over het economisch eigendom. Zij had redelijkerwijs moeten weten dat de inspecteur daardoor het verzoek niet goed kon beoordelen.

Bron:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2025:7779 | 02-12-2025

Ron Meijer RB
Over Ron

Vakinhoud, AI-voorsprong en 20 jaar praktijkervaring

Ron Meijer RB is registerbelastingadviseur met 20 jaar ervaring in de fiscale praktijk en voorzitter van de Commissie AI & Digitalisering van het Register Belastingadviseurs (RB). Daarnaast is hij oprichter van Blauwe Vrijdag en auteur van het veelverkochte vakboek AI in de fiscale praktijk en van de wekelijkse nieuwsbrief De Fiscale Vuurtoren over AI in het vak. Hij is een veelgevraagd spreker en trainer en verzorgt AI-cursussen voor beroepsorganisaties en kantoren, waaronder SRA, Lefebvre Sdu en NOAB. Ook Blauwe Vrijdag zelf verzorgt AI-cursussen voor belastingadviseurs en accountants.

Meer over Ron Meijer RB →

🔦 De Fiscale Vuurtoren

AI verandert ons vak sneller dan ooit. De Fiscale Vuurtoren is het licht in onzekere tijden: mijn (bijna) wekelijkse nieuwsbrief voor honderden accountants, belastingadviseurs, juristen en advocaten. Geen hype, maar houvast — verhalen uit de praktijk, prompts en tools die je maandag al kunt gebruiken. Meld je hieronder aan en vaar op zeker.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Privacy(Vereist)


Blij met mijn tip?

Wees sportief en gun mij een kop koffie 😉.