De leidraad die niemand wilde, maar iedereen nodig had
Laat ik beginnen met de bevalling. Want zo voelt het toch. NBA Accounttech en NOREA hebben op 8 juni een leidraad gepubliceerd met de titel “AI Toegepast” (Accountancy Vanmorgen; Accountant.nl). Tientallen praktijkcases voor de brede accountants- en auditpraktijk, van journaliseren en contractreview tot fraudedetectie en ESG-rapportage. Met randvoorwaarden en validatie-instructies. Een stevige publicatie en geen woord te veel.
Het is een vervolg op “AI in Control” uit 2024, die ging over governance. Die kon je nog ontwijken. Wie governance las, riep dat hij geen governance-functie had. Vrij van schuld.
Deze leidraad kun je niet ontwijken. Want deze gaat over wat je doet als je vrijdagochtend om kwart over negen ChatGPT openzet, een NDA copy-paste en zegt: vat samen. Of als je Claude de jaarrekening laat lezen. Of als je in Copilot een aangifte controleert. Of als je NotebookLM voert met een vaststellingsovereenkomst.
Dat. Daar gaat het over. Dat doe jij. Dat doe ik. En vanaf nu hebben we hier een document over waar we onszelf én elkaar én een eventuele tuchtrechter aan kunnen ophangen.
Wat staat er precies in?
Ik ga je niet de hele leidraad voorlezen. Maar er zijn drie dingen die je moet weten, vandaag, op zaterdagochtend, met je espresso.
Eén: de leidraad onderscheidt vier soorten AI-toepassingen in onze praktijk: ondersteunend (samenvatten, vertalen), analyserend (patronen herkennen in datasets), genererend (concept-tekst, brieven, journaalposten), en, dit is de spannende, semi-autonoom (agents die meerdere stappen achter elkaar uitvoeren). Per categorie staat er wat de validatie-eisen zijn. Voor “ondersteunend” mag je vrij veel. Voor “semi-autonoom” mag je vrijwel niets zonder vooraf gedocumenteerde controle-stappen, een log van wat de agent deed en menselijk eindoordeel. Wat je mag is niet hetzelfde als wat je kunt.
Twee: de leidraad stelt dat AI-output nooit een “black box” mag zijn. Letterlijk. Dat woord staat er. En het is een veelzeggende keuze. Want black box is geen technische term, het is een verwijt. Het is wat het rapport “Ongekend Onrecht” achter zoveel algoritmen vond. Wat de Autoriteit Persoonsgegevens al jaren als kritiekpunt herhaalt. Door dat woord in de leidraad te zetten, sluiten de NBA en NOREA stilletjes aan bij dat grotere debat. Geen black box bij de Belastingdienst, geen black box in jouw dossier. Hetzelfde meetlat. Klinkt logisch. Maar, en hier kom ik op het volgende punt, wat doe je daarmee als je een LLM gebruikt die per definitie niet uitlegbaar is?
Drie: er staan praktijkcases in. Concrete voorbeelden. Met validatie-checklisten erbij. Voor journalisering. Voor contractreview. Voor fraudedetectie. Voor ESG-rapportage. Het kraakt op sommige plekken, sommige checklisten zijn iets te procedureel naar mijn smaak, en sommige cases lezen alsof ze door iemand geschreven zijn die meer met PowerPoint dan met Excel werkt, maar het is iets. Het is veel meer dan wat we vorig jaar hadden.
De vier categorieën nog eens uitgelegd, voor wie ze straks moet toepassen
Laat ik die vier categorieën nog een keer met je doorlopen, want het is essentieel. Niet om uit het hoofd te leren. Om in je werk te herkennen.
Categorie 1: ondersteunend. Hieronder valt: een tool gebruiken om iets samen te vatten dat je daarna zelf leest. Een tool gebruiken om een eerste oriëntatie te krijgen op een vakdocument. Een tool gebruiken om een vertaling te maken die je zelf nog nakijkt. Hier mag relatief veel. De validatie-eis is “menselijke eindbeoordeling”. Wat je doet is grotendeels eindverantwoordelijk voor jezelf, mits je het document daarna ook echt leest. Voorbeeld uit de leidraad: een Audio Overview maken van een arrest als oriëntatie, vóór je het arrest zelf doorneemt.
Categorie 2: analyserend. Hieronder valt: een tool gebruiken om patronen te herkennen in datasets. Een tool gebruiken om afwijkingen te detecteren in een proefbalans. Een tool gebruiken om risico-indicatoren te vinden in een contract-set. Hier wordt het iets spannender, want het model levert nu inhoudelijke output waar je op leunt. De validatie-eis is “menselijke beoordeling van de output plus aselecte steekproefcontrole van de onderliggende data”. Voorbeeld uit de leidraad: anomaliedetectie op grootboekjournaals. Mooi gereedschap. Maar wie 100% van zijn controles laat afhangen van het model heeft een probleem.
Categorie 3: genererend. Hieronder valt: een tool gebruiken om journaalposten voor te stellen. Een tool gebruiken om brieven of conceptcontracten te schrijven die in een cliëntdossier verdwijnen. Een tool gebruiken om reviews of evaluaties op te stellen. Hier wordt het echt serieus. De validatie-eis is “documenteerbare goedkeuring per output door een gekwalificeerd persoon”. Voorbeeld uit de leidraad: AI-gegenereerde concept-jaarrekening-toelichting. Dat mág, maar het moet door een mens worden goedgekeurd, met vastlegging.
Categorie 4: semi-autonoom. Hieronder valt: agents die meerdere acties achter elkaar uitvoeren zonder tussentijdse menselijke goedkeuring. Tools die niet alleen voorstellen, maar ook verzenden. Tools die in cliëntdossiers schrijven. Tools die boekingen voltooien. Hier mag bijna niets zonder zware governance: vooraf-gedocumenteerde controlestappen, logs, een eindoordeel door een mens, en periodieke evaluatie van het systeem zelf. Voorbeeld uit de leidraad: een agentic AI die NDA’s beoordeelt en standaardvarianten zelfstandig signeert namens een advies-organisatie. Klinkt futuristisch. Komt sneller dan je denkt.
Een concrete oefening voor je MT-vergadering
Volgende week zit je waarschijnlijk in een MT-vergadering. Of een teamoverleg. Of een werkbespreking. Doe deze oefening. Vraag elke aanwezige om in stilte op een geel briefje vijf AI-toepassingen op te schrijven die hij of zij gebruikt of weet dat collega’s gebruiken. Verzamel de briefjes. Lees ze op.
Wat zie je? Bijna gegarandeerd:
- Een paar “ondersteunende” toepassingen die iedereen ook noemt (samenvatten, vertalen)
- Een paar “analyserende” toepassingen die door specifieke teams worden gebruikt (anomaliedetectie, contractscan)
- Een paar “genererende” toepassingen waar je je rug van rechtop gaat zitten (concept-adviezen, brieven, journaalposten)
- Misschien een “semi-autonome” toepassing die iemand stilletjes test (Copilot Studio Agent, een Make-flow, een ChatGPT custom GPT die acties uitvoert)
Per toepassing, vier vragen: wie weet hiervan? Hoe wordt de output gevalideerd? Is dit op de leidraad-meetlat ondersteunend, analyserend, genererend of semi-autonoom? Past onze huidige governance bij die categorie?
Tien minuten. Lijst op het whiteboard. Hierna weet je waar je staat. En je weet, eerlijk, waar je niet staat.
Dit is geen leuk gesprek. Het is wel een belangrijk gesprek. En als je het niet voert, voer je het over een jaar met de AFM of de tuchtrechter. Dan zijn er andere mensen die de vragen stellen, en jij bent niet meer degene die de antwoorden bepaalt.
Waarom dit ertoe doet voor jou
Twee redenen.
Eerste reden: dit document wordt de standaard waaraan tuchtrechters jou zullen meten. Niet vandaag. Niet morgen. Maar binnen twee, drie jaar, als de eerste echt-grote AI-blunder in een kantoor leidt tot een klacht, gaat de tuchtrechter dit document opslaan en lezen. En denken: had die accountant de leidraad gevolgd? Had hij de validatie-stappen uitgevoerd? Heeft hij de “black box” doorzien?
Tweede reden, en die is positiever: dit document is een geschenk voor wie het wil gebruiken. Want het geeft je een meetlat voor jouw eigen praktijk. Hoeveel van wat ik doe, valt onder “ondersteunend”? Hoeveel onder “analyserend”? Hoeveel onder “genererend”? Hoeveel onder “semi-autonoom”, en heb ik daar de governance voor?
Hier krijg je een gewogen overzicht van jouw AI-gebruik. Iets om aan een partner uit te leggen. Iets om in een MT-vergadering bij te leggen.
Wat ik er niet in vond
En toch, ik moet eerlijk zijn, ik mis iets.
Ik mis een bredere visie op de gebruiker. Het is geschreven alsof de gebruiker een rationele, beheerste accountant is met een goed werkgeheugen, ruim de tijd om elke output te valideren, en intern beleidsmatig op orde. De realiteit is dat de gebruiker een mens is die om half vijf het werkpaper nog naar de manager wil sturen en denkt: “ach, dit is wel goed.” De leidraad spreekt vooral de organisatie aan. De individuele beoefenaar krijgt instructies, geen psychologische ondersteuning.
Ik mis ook een paragraaf over de cliënt. Wat als de cliënt zelf met ChatGPT-input komt? Wat als de cliënt zegt: “ChatGPT zei dat dit aftrekbaar is”? Hoe vertel je hem dat ChatGPT een statistisch taalmodel is dat geen idee heeft of het in 1991 al wel of niet aftrekbaar was, en al helemaal niet weet wat er in artikel 8 lid 4 Wet Vpb staat? Daar staat, voor zover ik het zo snel zag, niets over.
En ik mis een hoofdstuk over de samenwerking met advocaten, fiscalisten en notarissen die óók AI gebruiken. Want we werken niet in een silo. We krijgen een advies van een externe advocaat die zelf misschien Claude heeft geraadpleegd. We adviseren samen met een belastingadviseur die misschien Copilot heeft gevraagd. Hoe ga je daarmee om als beroepsbeoefenaar?
Maar dat zijn dingen die in de versie 2.0 mogen komen. Voor nu is dit het beste wat we hebben. En het is veel.
Het praktische advies dat ik je geef
Print de leidraad. Print ‘m uit. Of ten minste het inhoudsoverzicht en de tabellen met validatie-eisen. Ga er volgende week één avond voor zitten. Lees niet alles in één keer, niemand kan dat, maar lees de inleiding, het hoofdstuk over governance, en de validatie-tabellen.
Maak vervolgens een eigen overzicht: wat doe ik op dit moment met AI in mijn kantoor? Welke categorie is dat? Heb ik de governance voor die categorie? Zo niet, wat moet ik regelen om in lijn te komen?
Dat is geen makkelijke huiswerkopdracht. Maar als je dit als kantoor in drie maanden op orde brengt, zit je in de top 10% van Nederland. En over een jaar staat je naam niet op de lijst van de Big Brother Award.
Ik kom hier in een latere editie nog op terug. Dan met een complete walkthrough en een template-checklist. Voor nu: lees de leidraad. En denk eraan, bij het inrichten van die governance, dat AI Act, AVG/GDPR en Wwft de wettelijke drielaag is waar je elke AI-toepassing tegen moet afzetten. Daar wijken we niet van af. En als je iets wilt doen wat buiten die drielaag valt, dan komt er een gesprek met jou en je beroepsorganisatie aan te pas. Dat is geen wetsovertreding. Dat is gewoon de spelregel.
Een korte zijweg over hoe ik het gisteren las
Voor wie zich afvraagt hoe ik zo’n stevige publicatie op één vrijdagmiddag heb verwerkt, eerlijk antwoord: dat heb ik niet. Ik heb een trucje gebruikt. Ik heb de PDF in NotebookLM gezet (zie ook artikel 5 hieronder), een Audio Overview in het Nederlands laten maken van 18 minuten, en die afgeluisterd terwijl ik bij de bakker om de hoek in de rij stond, terug in de auto stapte, en koffie haalde bij een wegrestaurant onderweg. Daarna heb ik de PDF zelf opengepakt en gericht doorgebladerd op de onderwerpen die ik in de Audio Overview het belangrijkste vond.
Dat is precies de werkwijze die de leidraad zelf aanbeveelt voor “ondersteunend” AI-gebruik. De tool oriënteert. Ik analyseer. En de eindbeoordeling, wat is belangrijk, wat sla ik mij in m’n hoofd, wat citeer ik straks tegen een cliënt, die blijft bij mij. Die kan een Audio Overview niet voor me doen. Die wil ik ook niet door een Audio Overview laten doen.
Maar even die ondersteunende stap is voor mij een verviervoudiging van mijn leessnelheid. Wat een halve dag had moeten kosten, was twee uur. En de kwaliteit van mijn leesmoment was, oprecht, beter dan als ik gewoon van begin tot eind had geploegd.
Probeer het zelf. Niet met deze leidraad alleen, met elk lang vakdocument dat je deze week toch al moest lezen. Het hoeft geen geheim te zijn dat je een tool gebruikt om iets te verwerken. Het is wel een geheim als jouw collega’s denken dat jij gewoon sneller leest dan zij. Dan ben jij straks de partner die mee mag praten in de strategische sessie, terwijl je collega’s nog steeds aan het lezen zijn.