• Authentiek
  • Oprecht
  • Creatief en deskundig

De Fiscale Vuurtoren · Week 33 · 2026

De Bouwers-editie

Zeven vrijdagmiddagen samen bouwen aan tools voor je eigen praktijk. Geen cursusfee. Wel vangrails. En op de laatste vrijdag: samen een zeehond loslaten.

DoorRon Meijer RB
Datumzaterdag 15 augustus 2026
Leestijd~35 minuten
Woorden10.000+

Beste collega,

Ik moet eerst iets zeggen voor de vaste lezers. Ik heb eerder deze zomer op LinkedIn kort iets gedeeld over wat ik met de vrijdagmiddagen van plan ben. Als je dat destijds hebt gemist, waarschijnlijk omdat je op vakantie was, of omdat je LinkedIn op non-actief had gezet zoals ik zelf een paar zomers geleden nog deed, dan is dít de editie waar het volledige verhaal in staat. Uitgebreid, met alle context, met de vangrails erin geweven, en met de emotionele reden waarom ik dit doe.

En hij begint met een moment.

Kwart over acht op een woensdagavond eerder deze zomer. Ik zit met mijn laptop op schoot, buiten valt de mist over de weilanden, in huis ruikt het naar de risotto die Natasja aan het maken is, en op het scherm gebeurt iets waar ik nu al minutenlang met een kinderlijke grijns naar zit te kijken.

Wat er gebeurt is dit. Ik heb Claude opengegooid, het codeer-venster geopend dat standaard in de betaalde versie zit, en in gewoon Nederlands opgeschreven wat ik wilde. Iets in de trant van: "Ik heb een grootboek van drieduizend mutaties. Controleer per grootboekrekening of debet en credit gelijk zijn. Wijs de rekeningen aan waar iets niet klopt. Wijs bij elk verschil de vermoedelijk verkeerde boeking aan. En kijk of er ergens tegenboekingen zijn vergeten." Meer niet. Half A4, in het Nederlands, één keer typen.

En terwijl ik de laatste zin intik, verschijnt in het venster ernaast een klein programmaatje (in de programmeertaal Python, maar dat maakt niet uit, ik hoef het niet te lezen en niet te snappen). Ik klik op één knop. Er verschijnt een uploadvak. Ik plak mijn fictieve grootboek erin. Twee minuten later staat er een rapport op mijn scherm.

Wat staat er in dat rapport? Drie afwijkingen.

Eén. In mei zijn drie omzetontvangsten rechtstreeks vanaf de bankrekening op de omzetrekening geboekt. Helaas zonder btw-code. Gevolg: het brutobedrag staat als omzet in de boeken, en de af te dragen btw is nergens geboekt. Bij de kwartaalaangifte wordt dus te weinig afgedragen, en op de omzetrekening staat een bedrag dat feitelijk te hoog is. Een klassieke mkb-fout die je met het oog nauwelijks vindt, maar die een tool die let op omzetregels zonder bijbehorende btw-mutatie er in twee tellen uit haalt.

Twee. In juli is een aankoopfactuur op de verkeerde grootboekrekening geboekt. De inkoop staat op kantoorbenodigdheden, terwijl hij op een investeringsrekening had gemoeten. Dat zie je pas als je grootboek en deeladministratie tegen elkaar aanhoudt, en dan nog alleen als je goed kijkt.

Drie. Op rekening 8000 zit één boeking van 847 euro die er qua bedrag en omschrijving prima uitziet, maar die inhoudelijk niet past bij wat er verder het hele jaar op die rekening staat. Iets als verzendkosten geboekt op een omzetrekening. Technisch niet fout, boekhoudkundig verdacht.

Van die drie had ik er in mijn eigen handmatige controle, een week eerder op ditzelfde grootboek, één gemist en twee pas na een middag zoeken gevonden. Het programma vond ze in twee minuten.

Wat had ik hier handmatig voor nodig? Ergens tussen twee en vier uur. Wat kostte het nu? Twee minuten voor het programma om te draaien, en tien tot vijftien minuten om zelf te controleren of wat het rapport zegt ook echt klopt. Elf op de twaalf keer klopt het. En die twaalfde keer haalt de menselijke controle er alsnog uit, precies zoals hoort. De tijdswinst? Ergens tussen de twee uur en twee-en-een-half uur, per grootboek. Voor een middelgroot kantoor met dertig samenstellingen per jaar loopt dat op tot zestig uur. Anderhalve werkweek. Weg gekaapt uit werk dat toch al niemand met plezier deed.

Nu is dit een fictief grootboek van een fictieve onderneming, waarvan ik zelf van tevoren wist wat er te vinden was. Dat is bewust. Ik test AI-tools nooit op echte klantdata, want dan weet je vooraf niet wat er terug moet komen en kun je dus niet meten of het klopt. Ik test op een dataset die ik zelf heb opgebouwd, precies om te zien of het programma vindt wat ik weet dat er te vinden is. Vindt het dat? Dan weet ik dat het programma werkt voor deze klasse van vraagstukken. Pas dan durf ik het los te laten op de data van een echte klant, en dan pas op de manier die de vangrails vereisen. Waarover verderop meer.

Maar dat gevoel van "iets werkt, iets doet wat mij tijd bespaart, iets vindt wat ik zelf niet snel had gevonden": dát gevoel is het geschenk dat vibe coding aan onze beroepsgroep uitdeelt. Niet abstract. Wel in uren die vrijkomen voor het gesprek met de klant. In middagen die vrijkomen voor de zaken waarop je op je vak wordt aangesproken. In het besef dat je met een half A4 aan Nederlandse zinnen iets in gang zet dat een halve dag handwerk vervangt. En het is een geschenk dat maar één ding vraagt om aangenomen te worden: dat je bereid bent om het uit te pakken.

Natasja komt kijken. Ze zegt niets, kijkt over mijn schouder, ziet iets waarschijnlijk-fiscaals en iets duidelijk-blijs, en zegt: "Jij hebt de risotto gemist." Ik moet lachen om die combinatie. Vibe coding en risotto. Als iemand had gezegd dat 2026 zo zou aanvoelen, had ik het niet geloofd.

Dat moment. Dát moment. Dat is waar deze hele editie over gaat.

Want ik heb een aankondiging voor je, en ik wil hem doen op de manier waarop een uitnodiging voor iets belangrijks eigenlijk hoort te gaan. Niet als een verkoopmail. Niet als een corporate teaser. Wel als de collega die op het perron naast je gaat staan, glimlacht, zegt: "Ik ga iets moois doen, wil je mee?"

Vanaf vrijdag 18 september 2026 begin ik een reeks van zeven vrijdagmiddagen die ik in mijn hoofd al maanden aan het uitwerken ben. Zeven middagen van twee tot vijf uur, waarin een enthousiaste groep accountants, belastingadviseurs en hun teams samen met mij software gaat bouwen voor onze eigen praktijk. Het lopende aantal aanmeldingen staat inmiddels boven de twintig, en dat aantal blijft groeien. Wat oorspronkelijk als een klein bouwerskamertje was bedoeld, wordt daarmee een flink werkgroepje. Gewoon in het Nederlands typen wat je wilt, laten bouwen door AI, meten of het werkt, verbeteren tot het werkt. Niet in theorie. Wel in echte, draaiende tools die je maandag daarna op je eigen scherm hebt staan.

En het mooiste. Het is gratis.

Niet gratis in de zin van "gratis maar met een verkoopgesprek erna". Niet gratis in de zin van "gratis proefkolder als lokkertje naar iets betaalds". Wel gratis in de zin van: er zit geen cursusfee op. Wat er wel op zit is een vraag. Een vriendelijke vraag, geen verplichting. Als je vindt dat deze middagen jou iets hebben opgeleverd, mag je een vrijwillige bijdrage doen aan het WEC Zeehondencentrum in Pieterburen. Bedrag naar eigen inschatting. Ik zie het niet. Zij ontvangen het. Meer daarover verderop, want dat verhaal maakt de reeks compleet.

Waarom ik dit doe, waarom nu, waarom in deze vorm, en waarom ik hoop dat jij ook meedoet, is precies waar deze editie de komende paar duizend woorden over gaat. Neem koffie. Zet je espresso-apparaat aan. Als je de perfecte kop koffie hebt, zet dan alvast een tweede.


De cursist die trots was en die iets niet wist

Laat me eerst iets vertellen wat me anderhalve maand geleden op een cursus is overkomen, want dit verhaaltje ligt aan de basis van hoe deze vrijdagmiddagen zijn ontworpen.

Locatie doet er niet toe, groep doet er niet toe, ik houd het geanonimiseerd. Basiscursus AI, twintig deelnemers, tweede dag, in de middag. Ik had aan het einde van de ochtend een korte demonstratie gegeven van wat vibe coding is: gewoon in het Nederlands beschrijven wat je wilt, AI schrijft de code, jij kijkt of het klopt. Simpele voorbeelden. Een csv-lezertje. Een piepklein hulpje dat een aantal bedragen sommeert. Niks spectaculairs.

In de pauze na de lunch komt een deelnemer, ik zal hem Erik noemen, naar me toe met dezelfde grijns die ik zojuist beschreef bij mezelf op woensdagavond. "Ron, ik heb tijdens de lunchpauze een tooltje gebouwd. Dat voorsorteert al mijn binnenkomende aangiftestukken. Ik ben even bij mijn eigen inbox geweest, ik heb gewoon in het Nederlands opgeschreven wat ik wilde, en het werkt. Het werkt echt."

Ik zeg: "Dat is prachtig. Vertel." En Erik legt met glimmende ogen uit hoe zijn tooltje inderdaad werkt. Categoriseren op afzender, herkennen van soorten documenten, klaarzetten in het juiste dossier. Dertig minuten werk. Voor iets waar hij normaal misschien twintig minuten per aangifte-inkomst kwijt is, elke dag opnieuw.

En dan stel ik hem, met opzet, twee vragen.

"Waar draait dat programma van jou op dit moment?" Erik kijkt me aan, denkt na, en zegt: "In een browser? Denk ik? Ik heb ergens een venster open."

"En de aangiftestukken die je gebruikt om te testen, waar zijn die naartoe gegaan?" Erik kijkt me niet meer aan. Hij kijkt naar zijn handen. "Op mijn scherm zijn ze aan de rechterkant verschenen. Ik weet niet waar ze daarna heen zijn gegaan."

De grijns is weg. Niet omdat ik hem afkeur. Ik heb bewust een zachte toon gebruikt, geen wijzend vingertje. Maar hij ziet zelf, in real time, waar het gat zit. Hij heeft iets gebouwd dat werkt, hij heeft ergens een tool getriggerd die iets opsloeg, en hij weet niet waar. En hij besefte, in dat gesprek van dertig seconden, dat als er echte cliëntdata in dat tooltje was gegaan, hij op dat moment een aannemelijk verhaal was verschuldigd geweest aan een AVG-controleur die hij niet wist te geven.

Weet je wat hij zei, na een stilte van misschien tien seconden? Hij zei: "Dit is precies waar ik bang voor ben. Dat ik iets bouw dat werkt, en dat ik er zo blij mee word dat ik vergeet te kijken of het ook mag."

Wat ik hem heb gezegd, in die pauze naast de koffie-automaat waar niemand anders op dat moment stond, is dat hij hoegenaamd geen gek was. En niet in de laatste plaats omdat ik zelf die woensdagavond bij thuis, met de laptop op schoot en de risotto in de keuken, precies hetzelfde had gedaan. Ik had ook gebouwd. Ik had ook de rechterkant van mijn scherm niet gecontroleerd op wat er waar terecht kwam. Ik had ook, in de eerste minuten van de glorie van dat werkende programmaatje, vergeten om te vragen waar het draaide. Het verschil tussen Erik en mij zat er alleen in dat ik door twee jaar cursussen geven aan collega's, twee minuten later dan hij, alsnog de vraag aan mezelf had gesteld. En dat ik dat een gewoonte was gaan maken. Dat is waar deze reeks aan bijdraagt: dat je niet twee minuten na een succes, maar liever al twee minuten vóór het succes, die vraag automatisch stelt.

En hier komt het feel-good-stukje van Erik. Ik heb hem drie weken later gemaild om te vragen hoe het was gegaan. Erik heeft mij een lang antwoord geschreven, waarvan ik met zijn toestemming hier één zin mag delen: "Ik heb dat voorsorteertooltje opnieuw gebouwd, deze keer eerst met vangrails, en het werkt niet alleen beter dan de eerste versie, ik durf hem ook aan mijn compliance officer te laten zien." Meer wil je niet horen als docent. Zo klinkt een collega die de bocht heeft gemaakt van hobbyist naar professional. En als je goed leest wat er staat: de tool is niet alleen veiliger geworden, hij is ook béter geworden. Want ergens tussendoor heeft Erik hem opnieuw ontworpen met de vraag "waar mag dit heen" als startpunt, en die vraag maakt van een bouwer een ontwerper, en van een ontwerper een fiscalist die zijn gereedschap kent.

Dat is de zin die ik in mijn kop heb laten rondzweven vanaf dat moment. Dat is de zin die de bloedsomloop is van deze zeven vrijdagmiddagen. Dat is de reden dat de reeks geen "Vibe Coding voor Fiscalisten" heet maar iets veel oncorporater, iets veel warmer, iets waar Erik zelf ook mee had willen meedoen. Iets waar de mens die verder wil met deze technologie, niet alleen leert hoe hij een tool bouwt. Waar hij vooral leert hoe hij een tool bouwt die maandagochtend zonder schaamrood aan een compliance officer uit te leggen is.

De naam die ik voor mezelf gebruik is "de bouwerskamer". De officiële titel is nuchter: "AI fiscaal, vibe coding en veilige AI-agents". Op mijn website staat het als een reeks middagen. In mijn hoofd is het iets veel simpelers. Het is een groep collega's die samen leert, tegenover een collega die zelf ook nog steeds leert. Dat is het. Meer niet. En daarom werkt het.


Wat vibe coding eigenlijk is, in gewone taal

Laat me voor wie het woord voor het eerst hoort even kort iets zeggen, en voor wie het al kent, sla dit stukje anders over.

Vibe coding is een term die vorig jaar door Andrej Karpathy is bedacht en die door de industrie meteen is overgenomen, want hij dekt de lading perfect. Het idee is oorspronkelijk simpel: je gaat niet meer coderen door regels code te typen in een programmeertaal. Je gaat coderen door in gewone mensentaal aan een AI-model te vertellen wat je wilt, en die schrijft de code. Jij leest de code niet noodzakelijk. Jij kijkt naar wat het doet. Als het werkt, ben je klaar. Als het niet werkt, beschrijf je opnieuw, wat scherper of wat anders, en probeert het opnieuw. Iteratief. Op gevoel. Op de "vibe".

Voor programmeurs klinkt dat als ketterij. Voor mensen zoals wij, die niet zijn opgeleid als programmeur maar die wel elke dag met complexe informatie omgaan, klinkt het als een cadeau. Want plotseling ligt het bouwen van kleine hulpjes in ons eigen bereik. Zonder dat we een programmeertaal hoeven te leren. Zonder dat we een IT-afdeling nodig hebben. Zonder dat we op een externe consultant moeten wachten die drie maanden bezig is met iets wat wij in vier uur zelf zouden hebben kunnen bouwen als we alleen maar hadden geweten dat het kon.

Klinkt te mooi om waar te zijn? Deels ja. Want er zijn valkuilen. Er zijn de valkuilen die Erik meemaakte. Er zijn de valkuilen dat je een tool bouwt die wél werkt maar iets net niet goed genoeg doet en waar jij dat niet doorheen ziet, omdat je de code niet kent. Er zijn de compliance-, geheim-, aansprakelijkheid-, en beroepsethiek-vragen die net zo hard bij vibe coding komen kijken als bij elk ander AI-gebruik in onze praktijk.

Maar dat betekent niet dat je niet zou moeten beginnen. Dat betekent alleen dat je moet beginnen met vangrails eromheen. En dat is precies wat de zeven vrijdagmiddagen gaan doen. Bouwen én vangrails. Vangrails én bouwen. Het is geen tweekeuze. Het is een tweelinggehal.

En om dat direct heel expliciet te maken, want dit is voor onze beroepsgroep te belangrijk om te verdoezelen: veilig vibe coden bestaat, is te leren, en is de enige verantwoorde manier waarop wij dit als vak kunnen gaan gebruiken. Onveilig vibe coden is de kortste route naar een tuchtzaak. Ik heb daar twee weken geleden nog een editie over geschreven, en de eerste Nederlandse tuchtberisping voor onzorgvuldig AI-gebruik van eind juli 2026 zal echt niet de laatste blijven. Dus als je meedoet aan deze vrijdagmiddagen, ga je zowel het bouwen leren als het beveiligen leren. Dat is één pakket.

En als je nog niet klaar bent om mee te doen aan de bouw, maar wel wilt begrijpen waarom die vangrails zo urgent zijn, dan is er goed nieuws op komst. De webinar die ik vorige week samen met Vincent de Jong, de voorzitter van het Register Belastingadviseurs, bij het RB in Den Haag heb opgenomen, komt binnenkort online via het RB. Vincent en ik nemen daarin de EU AI Act door voor onze beroepsgroep, en ik heb met opzet een groot deel van onze tijd gestoken in wat veilig vibe coden precies inhoudt. Wat de compliance-vereisten zijn. Wat de AVG zegt over wat er in jouw browser gebeurt terwijl jij denkt dat je met een AI aan het praten bent. Waar de grenslijnen liggen tussen ontdekken en broddelen. Zodra hij live is, zet ik de link in de eerstvolgende editie en op LinkedIn. Wie het niet wil missen, kan me een mailtje sturen; dan tik ik hem persoonlijk door zodra hij beschikbaar is. Vincent is scherp, ik ben er nuchter Fries bij, concreet uit de eigen praktijk, af en toe een droge grap tussen de bedrijven door, en zonder franje. We vullen elkaar mooi aan.

Terug naar de vrijdagen. Wat gaan we bouwen? Hoe zit de opzet in elkaar? Waarom die zevende middag bij de zeehonden? Neem me een minuut mee.


De zeven middagen, en waar we naartoe werken

Zeven vrijdagen. Van 14:00 tot 17:00 uur. Steeds via Teams, ik deel mijn scherm, jullie zitten met je eigen laptop en je eigen AI-abonnement mee te typen. Ik bouw voor. Jij bouwt mee. We stoppen zodra we een werkende versie hebben, of we gaan de volgende vrijdag verder waar we gebleven waren.

De data staan vast. Ik zet ze hier op een rij zodat je ze zonder verder scrollen in je agenda kunt zetten.

  • Vrijdag 18 september 2026, 14:00 tot 17:00
  • Vrijdag 23 oktober 2026, 14:00 tot 17:00
  • Vrijdag 20 november 2026, 14:00 tot 17:00
  • Vrijdag 18 december 2026, 14:00 tot 17:00
  • Vrijdag 15 januari 2027, 14:00 tot 17:00
  • Vrijdag 19 februari 2027, 14:00 tot 17:00
  • Vrijdag 19 maart 2027, fysiek bij het WEC Zeehondencentrum in Pieterburen, Lauwersoog. Tijd wat ruimer, maar dat regelen we zodra de reeks loopt.

Wat je nodig hebt om mee te doen. Een laptop waar je op kunt werken. Een AI-abonnement naar keuze; Copilot Business, ChatGPT Plus, Claude, Gemini, wat je nu al hebt is prima, en als je niets hebt help ik je op de eerste middag met de keuze. Teams voor de eerste zes bijeenkomsten. Verder niets. Geen programmeerkennis. Geen extra software. Geen vooropleiding. Ik heb de reeks bewust zo ontworpen dat een fiscalist zonder één regel code-ervaring vanaf de eerste middag mee kan bouwen. En als het onverhoopt te snel gaat, mail dan gewoon en dan pas ik het tempo aan. Bewust klein gehouden, deze groep, om dat mogelijk te maken.

Wat je meeneemt aan het einde van elke middag. Alle broncode van wat we die middag hebben gebouwd. Een logboek met wat we hebben geprobeerd, wat werkte, wat niet werkte, en waarom. Een omschrijving van wat je thuis nog moet regelen om deze tool ook echt op je eigen kantoor te gebruiken. Geen slides met samenvattingen achteraf. Wel een werkend ding.

Voor wie zich afvraagt hoe zo'n vrijdagmiddag concreet loopt, hierbij een kijkje in de opzet van middag één. Ik open om 14:00 uur met een korte agenda-check. Ik heb altijd een fysieke agenda voor mezelf zichtbaar op scherm, met acht tot tien tijdblokken. Elk blok is expliciet: veertien nul-nul opening en doel, veertien-tien basisuitleg vibe coding en vangrails, veertien-veertig eerste versie bouwen, vijftien-tien tussenmoment en logging, vijftien-veertig fouten oplossen, zestien-tien tweede versie, zestien-veertig vangrails toepassen op wat we hebben, zeventien nul-nul afronden en huiswerk. Ik houd me aan die blokken, want ze zijn niet strak-om-strak-te-zijn, ze zijn strak om ademruimte te maken. Iedereen die ooit een cursusmiddag heeft meegemaakt zonder tijdstructuur weet hoe snel drie uur wegvallen in stroperige aan-en-uit-praterij.

Ik ben de eerste middag altijd nog wat aan de conservatieve kant met wat we bouwen, precies om iedereen op gelijke hoogte te krijgen. We werken met een fictieve btw-aangifte die ik van tevoren heb opgesteld: één ondernemer, vier soorten omzet, twee soorten inkoop, één correctieregeling. Klein genoeg om overzichtelijk te blijven, groot genoeg om echt te zien wat een controletool moet kunnen. Elk van jullie krijgt hem in een gedeelde map. Jij opent hem, kijkt naar de nummers, en typt in je eigen AI-tool wat je wilt bouwen. Ik doe het parallel voor, groot op mijn scherm, en jij bepaalt of je met me meebouwt of jouw eigen weg volgt. Beide is prima. De uiteindelijke tool bespreken we samen.

Wat mensen typisch niet verwachten van hun eerste vrijdagmiddag: hoe vaak we al binnen anderhalf uur voor het eerst iets werkends op tafel hebben. Vibe coding is snel. Je hebt zelden vier uur nodig om een eerste werkend prototype van iets kleins te maken. Je hebt de andere twee uur wél nodig om die tool zo te maken dat hij bruikbaar is, veilig is, en jou na afloop op maandagochtend niet in verlegenheid brengt bij een vraag van een collega. Dat is waar wij als groep de meerwaarde leveren tegenover hobbyist-vibe-coding. En dat is waar de eerste middag jou, ongeacht je startniveau, echt iets meegeeft.

Wat we gaan bouwen, in vier grote projecten.

Middag één, 18 september. Een BTW-aangiftecontrole. Je krijgt een fictieve aangifte, je bouwt een klein programma dat die aangifte doorloopt en signaleert waar iets afwijkt van wat je normaal zou verwachten. Verkeerde codes op verkeerde regels, sommen die niet kloppen, correcties die achterwege blijven. Simpel qua opzet, maar precies het soort programma dat je op je eigen kantoor kunt inzetten om aan het einde van het kwartaal die extra veiligheidschecklist te draaien.

Middag twee, 23 oktober. Een vierkantscontrole op een grootboek. Iets uitgebreider dan de btw-controle, want een grootboek is groter dan een btw-aangifte. Maar volgens dezelfde principes: gewone taal in, controle uit, met een compact rapport dat aangeeft wat verdacht is. En hier bouwen we hem lokaal. Dus zonder dat de data van dat grootboek ooit een cloud in gaat. Precies om te leren hoe je een tool bouwt die je met een gerust hart bij een klant kunt draaien op hun kantoor, terwijl hun data hun kantoor niet verlaat.

Middag drie, 20 november. Een koppeling met Outlook en Microsoft To Do. Hier gaan we een agent bouwen die jouw eigen mailbox nakijkt op signalen (deadlines, herinneringen, actie-items) en die automatisch taakjes voor je klaarzet in To Do. Niet uit de lucht gegrepen, niet gefantaseerd, wel met een expliciete signalering en een menselijke bevestiging voordat er iets in je taakljest komt. Dit is de eerste middag waarop we voorbij "gewoon een lokaal scriptje" gaan, en waarop we echt in aanraking komen met wat er allemaal komt kijken bij een agent die met je bestaande werkomgeving praat.

Middag vier tot en met zes. Ons kernproject. Een eigen boekhoudprogramma-in-het-klein. Dat wil zeggen: een tool die een set fictieve inkoopfacturen inleest, per factuur de kernvelden probeert te herkennen (leverancier, factuurnummer, factuurdatum, bedragen, btw, boekingsvoorstel), en die zijn score bijhoudt tegen een vaste, door mij samengestelde testset waarvan we weten wat het juiste antwoord is. De lat staat op 100 procent correcte herkenning van die kernvelden. We beginnen ergens rond de 80 procent, we meten, we verbeteren, we meten opnieuw. Middag vier is de eerste bouw. Middag vijf en zes zijn iteratie. Als aan het einde van middag zes de 100 procent gehaald is, heb je een werkend factuurherkenningsprogramma dat je op je eigen kantoor kunt inzetten, met een testset waarvan je kunt bewijzen dat het werkt, en met een logboek van elke wijziging die we hebben gedaan om er te komen. Als we het niet halen, hebben we in ieder geval de meest bruikbare leerroute afgelegd die ik voor deze materie ken.

Middag zeven, 19 maart 2027. Fysiek. In Lauwersoog. Bij het WEC Zeehondencentrum in Pieterburen, aan de UNESCO Werelderfgoed Waddenzee. Daar reken ik op stormachtig weer, kans op sneeuwvlokken en gerede kans op sneeuwstorm, want zo is Lauwersoog in maart 😉. Ik heb met het zeehondencentrum afspraken gemaakt: rondleiding voor onze groep, en, als de omstandigheden het toelaten, mogen we samen een gerevalideerde zeehond terugzetten in de Waddenzee. Ik weet dat sommigen dat een rare afsluiter voor een AI-cursus vinden. Voor mij is het precies wat het moet zijn. Even geen scherm. Even geen code. Even wél terug naar de fysieke wereld waar de dingen die we bouwen uiteindelijk toe moeten dienen. Even samen zien wat het is om iets loslaten in een omgeving die er al veel langer is dan onze technologie.

Waarom Lauwersoog en waarom een zeehondencentrum, dat leg ik verderop uit. Eerst nog even de vangrails, want dat verhaal moet af zijn voordat je een besluit neemt over mee doen.


De vijf vangrails, en waarom ze er zijn

Ik heb deze reeks van vrijdagmiddagen niet ontworpen als een codeercursus. Ik heb hem ontworpen als een leerroute in verantwoord AI-gebruik voor onze beroepsgroep, met bouwen als leermethode. Dat verschil doet ertoe. Er zijn genoeg mensen die je vibe coding kunnen leren zonder dat je aan het eind van de rit weet hoe je dat wat je gebouwd hebt op een beroepsmatig verantwoorde manier op je kantoor toepast. Voor onze doelgroep is dat inhoudelijk het gevaarlijkste deel van de leercurve. En dus staan de vangrails aan het begin van elke middag, niet aan het eind.

De vijf vangrails, in de volgorde waarin ik ze op de eerste middag zal introduceren en waarin je ze in je hoofd moet bijhouden voor de rest van de reeks.

Vangrail één. Speeltuin gescheiden van productie.

Wij bouwen alles wat we op vrijdagmiddag maken met verzonnen data. Geen enkele echte cliëntgegeven komt onze bouwomgeving in. De testsets zijn fictief, de facturen zijn fictief, de grootboeken zijn fictief, de mailboxen die we tegen elkaar aanpraten zijn fictieve mailboxen. Dat is de speeltuin. In de speeltuin mag alles. In de speeltuin gaat het proberen niet ten koste van iets echts. Dat is exact hoe je moet leren.

Zodra je thuis met een van deze tools aan de slag wilt op echte data van echte cliënten, ga je naar wat ik de productie-omgeving noem. Daar gelden compleet andere regels. Data mag niet meer zomaar in willekeurige AI-modellen. Je hebt een verwerkersovereenkomst nodig met de aanbieder van je AI-tool voor die specifieke soort verwerking. Je hebt in kaart wie er toegang toe heeft. Je hebt de logging op orde. Je hebt de menselijke controle als vaste stap ingebakken. Ik ga je op de zes Teams-middagen op precieze punten laten zien hoe die overgang van speeltuin naar productie eruit ziet voor elk van de tools die we bouwen. Dat is precies het soort kennis waarvoor je op je eigen kantoor moet kunnen terugvallen.

Vangrail twee. De mens beoordeelt.

Accountancy en belastingadvies zijn verantwoordingsberoepen. Niet omdat de rechter dat oplegt (al doet die dat ook), maar omdat de kern van ons vak is dat er in elk dossier ergens een mens staat die zijn handtekening zet en daarmee zegt: ik heb dit beoordeeld en ik sta ervoor in. AI-agents kunnen enorm veel voorbereiden. AI-agents kunnen enorm veel signaleren. AI-agents kunnen niet ondertekenen. Niet in de juridische zin, niet in de tuchtrechtelijke zin, en dus ook niet in de praktische zin.

Alle tools die we bouwen krijgen daarom een expliciete "menselijk oordeel"-stap ingebouwd. Geen tool die iets doet zonder dat er ergens een mens klikt op "ja, ik heb dit gezien en akkoord". Dat is niet omdat ik niet vertrouw op AI. Dat is omdat wij niet op AI vertrouwen zijn, wij zijn op ons eigen oordeel vertrouwd. En dat oordeel bewaren, in tijd en ruimte, in de dossiervorming, is wat ons vak overeind houdt.

Vangrail drie. Logging is verplicht.

Een agent zonder logging is een medewerker zonder dossier. Zo simpel is het.

Elke tool die we bouwen krijgt een logboek. Wat de tool heeft binnengekregen, wat de tool heeft gedaan, welke stappen zijn doorlopen, welke keuze op basis waarvan is gemaakt, wat het resultaat was. Dat logboek gaat mee in je dossier. Dat logboek is jouw verweer als iemand ooit vraagt: hoe kwam u tot dit advies of tot deze aangifte? Dat logboek is ook jouw eigen kwaliteitscontrole. Als een tool structureel op een bepaald type factuur onderpresteert, ga je dat pas zien als je systematisch bijhoudt wat er gebeurt.

Een klein voorbeeld waarom logging in de praktijk het verschil maakt. Ik heb dit najaar getest met een fictief boekhoudprogramma dat facturen automatisch inleest en boekt. Op 92 procent van de gevallen ging het perfect. Op 8 procent zaten fouten. Die 8 procent bleek, dankzij het logboek, niet willekeurig te zijn. Het waren allemaal facturen van één specifieke leverancier, die factuurnummers op een niet-standaard plek zette. Zonder log had je van die 8 procent nooit een patroon herkend. Met log heb je binnen tien minuten door dat er een correctieregel bij moet, en heb je binnen twintig minuten de tool op 99 procent. Dat is het verschil tussen "die tool werkt zo-zo" en "die tool werkt en ik weet precies waarom en wanneer".

En de goede boodschap is: logging bouwen aan een vibe coding-tool is triviaal. Je zegt tegen je AI: "voeg voor elke stap in dit programma een regel toe die vastlegt wat er wordt gedaan, waarmee, en met welk resultaat". Dat werkt. Vrijwel altijd de eerste keer. Op middag één laat ik dat voordoen. Vanaf middag twee is het je standaard-reflex.

Vangrail vier. Uitvalbewustzijn.

In juni van dit jaar hebben we drie weken gehad waarin Anthropic's Claude Fable 5 volledig offline is gegaan vanwege een veiligheidsprobleem. Drie weken. Voor kantoren die al hun agenten op één AI-model hadden ingericht was dat drie weken zonder hun tools. Voor kantoren die van meet af aan met twee onafhankelijke modellen werkten was dat drie weken doorwerken zonder blikje.

Ik ga je in deze reeks leren om te bouwen met verwisselbare modellen. Zodat je tool die eerst tegen Copilot draait, morgen tegen Claude of Gemini kan draaien met een minimale aanpassing. Dat is een principe. Dat is een technische keuze. Dat is een compliance-keuze. En het is een keuze die je pas op waarde schat als het een keer misgaat bij één van die aanbieders, en dat komt vaker voor dan de meesten denken.

Vangrail vijf. AI-geletterdheid, alsof je ervan afhangt.

Sinds 2 februari 2025 is AI-geletterdheid een expliciete verplichting onder de EU AI-verordening voor iedereen die AI-systemen gebruikt of aanbiedt. Dat betekent niet dat je een certificaat moet hebben. Dat betekent wel dat jij en je medewerkers moeten weten wat er in die AI-tools gebeurt, wat de risico's zijn, en hoe je er op verantwoorde wijze mee omgaat. In de webinar met Vincent zullen we daar dieper op ingaan.

Wat wij tijdens deze vrijdagmiddagen doen, is exact het bouwen van die AI-geletterdheid. Niet op papier. Niet in principes. Wel in de handen. Aan het eind van deze zeven middagen weet jij hoe een AI-model werkt, waar zijn beperkingen zitten, wanneer je hem wel en niet vertrouwt, en waar je in je eigen kantoor de vangrails moet aanbrengen. Dat is per definitie AI-geletterdheid, en het is de vorm van AI-geletterdheid die ook standhoudt in een tuchtrechtelijke discussie.

Vijf vangrails. Elk niet groot op zichzelf. Samen wel het verschil tussen hobbyist die met vuur speelt en professional die vuur beheerst.

Dit is wat ik met "veilig vibe coden" bedoel. En de goede boodschap. Al deze vangrails zijn tijdens de vrijdagmiddagen zelf simpel toe te passen. Je gaat er niet dagenlang mee vechten. Je leert ze in de context van iets bouwen. En dat is precies de reden dat mijn allereerste voorwaarde voor deze reeks was: bouwen én vangrails, op elke middag, in elk project. Nooit alleen bouwen, nooit alleen vangrails. Beide, verweven, van dag één af.

Terug naar Vincent, want die verwijzing wil ik nog wat concreter maken. Zodra de opname van onze webinar via het RB online komt (naar verwachting binnenkort), is dat het beste startpunt om te begrijpen waarom deze vangrails er zijn en waarom ze bij vibe coding nog belangrijker zijn dan bij het gewone AI-gebruik dat je waarschijnlijk al doet. Vincent voegt aan mijn verhaal de institutioneel-tuchtrechtelijke laag toe die vooral voor de leden van het RB en de NOB zeer relevant is. Wil je niet vergeten wanneer hij live is: stuur me een mailtje, dan zet ik hem op mijn intern lijstje en tik ik hem persoonlijk door.


Waarom Lauwersoog, waarom de zeehonden

Ik heb hier lang over nagedacht. Een zevende middag, na zes online-middagen, op een fysieke plek, ver van de Randstad. Was dat wel nodig? Was dat wel logisch? En als het niet nodig en niet logisch is, waarom zou ik het toch doen?

Het antwoord komt uit een uitstapje dat ik krap twee jaar geleden maakte met mijn dochter Julia. Ik had aan ChatGPT gevraagd wat een leuke activiteit was voor een zaterdag met haar. Het antwoord: het zeehondencentrum in Pieterburen. Toen nog in het oude pand. We hebben een rondleiding achter de schermen geboekt, een stagiair nam ons mee, en die vertelde ons uitgebreid over het werk. Over wat er aan een zeehond te doen is als hij vlak na de geboorte van zijn moeder gescheiden raakt. Over de weken van opvangen, verzorgen, weer op krachten laten komen, leren zichzelf te voeden. En dan het moment. Terug naar zee. Op eigen benen. Of preciezer: op eigen vinnen.

Wat me raakte in hoe hij dat vertelde, was dat elke zeehond bij het loslaten hetzelfde doet. Hij aarzelt. Hij blijft eerst een paar minuten op het strand liggen, alsof hij niet zeker weet of hij de golven wel in wil. En dan, op een moment dat niet vooraf te voorspellen is, gaat hij. Zonder afscheid nemen. Zonder omkijken. Gewoon: de zee in, en weg.

En er was nog iets dat die stagiair vertelde waar ik van schrok. Het zeehondencentrum krijgt geen euro subsidie of andere financiële steun vanuit Den Haag. Nul. Ieders politieke keuze respecteer ik, maar dit vond ik toen (en nu nog) gewoon kolder. Toen Julia en ik het pand uitliepen en bij de auto stonden, zei ik het hardop tegen haar. "We gaan terug. We gaan ze sponsoren." En zo werd Blauwe Vrijdag BV trotse sponsor van het zeehondencentrum in Pieterburen. Waar ik jaren later de zevende middag van deze reeks kan laten neerdalen, en waarom voor mij persoonlijk het zeehondencentrum vanzelfsprekend de plek is waar de vrijwillige donaties van deze vrijdagmiddagen naartoe gaan.

Dat beeld is niet uit mijn hoofd gegaan. En toen ik deze reeks aan het ontwerpen was, dacht ik: dat is precies wat er op de zevende middag moet gebeuren. Wij hebben zes middagen samen gebouwd, samen geleerd, samen aan een tool getild die op de zesde middag gemeten heeft dat hij op 100 procent staat. En dan gaan we naar Lauwersoog, en laten we die tool los. Terug naar het kantoor van de deelnemer. Op eigen benen. Zonder mij die op de achtergrond meekijkt. Zonder de veiligheid van de groep die om je heen zit. Gewoon: mee naar huis, en aan de gang.

Dat wil ik markeren, niet met een gecertificeerd afsluitend hapje in een vergaderzaal, wel met een moment dat op zich blijft hangen. Een rondleiding door het zeehondencentrum. Een uur samen aan de kust. En, als de omstandigheden het toelaten (dat hangt van het weer en van het herstel van de aanwezige zeehonden af), samen daadwerkelijk een gerevalideerde zeehond terugzetten in de Waddenzee.

Dat is de link met de vrijwillige bijdrage aan het WEC Zeehondencentrum. Ik vind dat als iets van waarde is geweest voor jou, iets van waarde moet weerkeren aan iets wat groter is dan onszelf. En het zeehondencentrum in Pieterburen is een organisatie die op vrijwillige bijdragen draait, die belangeloos werk doet, en die voor deze reeks een natuurlijke bestemming voor jouw dankjewel is. Ik verdien er niets aan. Zij mogen alles ontvangen. En jij bepaalt zelf hoe veel. Nul is ook een antwoord. Alles daarboven, in welk bedrag dan ook, wordt door hen dankbaar aangenomen en geïnvesteerd in het volgende zeehondje dat op het strand gevonden wordt.

Kom je op de zevende middag, is het te doen op één dag heen en terug uit heel Nederland. Vroeg vertrekken, laat terug, maar één dag. Wie graag blijft overnachten, doe dat vooral, de Waddenkust is prachtig en ik neem me voor om zelf ook een nachtje langer te blijven om er met Natasja een lang weekend van te maken. Ancora Imparo. Ook aan zee.

Ik ga je nog één beeld meegeven dat mij persoonlijk raakt aan deze zevende middag, want ik denk dat je er iets aan hebt om te begrijpen waarom ik dit doe.

Toen ik aan mijn fiscale loopbaan begon, kreeg ik van een van mijn eerste patroons een advies dat ik nooit ben vergeten. Hij zei: "Ron, aan het begin van je carrière heb je één ding nodig, en dat is niemand die tegen je zegt dat het niet kan. Later heb je twee dingen nodig: mensen die tegen je zeggen dat het wél kan, en de wijsheid om te horen wie van hen gelijk heeft." Ik was toen jong en snapte hooguit de helft. Nu snap ik hem in zijn geheel. En deze reeks van zeven middagen is voor mij een klein antwoord op dat advies. Ik ga in die zeven middagen niet zeggen wat kan of niet kan. Ik ga samen met een groep collega's uitvinden wat wél kan. En de laatste van die zeven middagen, aan de kust in Lauwersoog, is het moment waarop we samen concluderen: dit blijkt te kunnen. Dit hebben wij zelf gebouwd. Dit gaat mee terug naar ons kantoor. En het is een prachtig gezicht om, tussen die conclusie en de warmte van iets samen hebben afgerond, een zeehond te zien wegzwemmen die zes weken eerder half dood op een strand lag.


Wat je maandag hebt, wat je een half jaar later hebt

Laat me kort en concreet zijn over wat je op verschillende momenten uit deze reeks meeneemt.

Aan het einde van middag één, 18 september 2026. Een werkende btw-aangiftecontrole. Broncode in je bezit. Logboek in je bezit. En de basisreflex om iets vergelijkbaars zelf op maandagochtend te bouwen voor een ander stukje van je praktijk.

Aan het einde van middag drie, 20 november. Bovendien een grootboekcontrole die lokaal draait (dus zonder cloud-uitstap van je klantdata), en een eerste agent die met je Outlook praat. Als je op je eigen kantoor de eerste twee tools daadwerkelijk in gebruik hebt genomen, ben je op dat moment al productiever geworden dan je op 18 september was, en meetbaar. Dat is geen belofte, dat is de ervaring van iedereen die dit soort tools serieus is gaan gebruiken.

Aan het einde van middag zes, 19 februari 2027. Als het lukt, hebben we een werkend factuurherkenningsprogramma dat op 100 procent scoort op onze fictieve testset. Als het niet is gelukt, hebben we in ieder geval een programma dat op 85 tot 95 procent zit en waarvan we exact weten waar de resterende gaten zitten en hoe je die aanpakt. En je hebt de intellectuele vaardigheid om zoiets zelf, of samen met een IT-collega, verder te ontwikkelen.

Aan het einde van middag zeven, 19 maart 2027. Een netwerk van ruim twintig collega's die elkaar door en door hebben leren kennen tijdens zeven middagen samen bouwen. Voor mij is dat een van de onbetaalbare bijkomstigheden van deze opzet. Wie samen zes middagen aan iets bouwt, kent elkaar op een manier die op een reguliere cursus niet ontstaat. Je hebt gezien hoe iemand denkt onder druk, hoe iemand omgaat met tegenslag, hoe iemand met kritiek omgaat, hoe iemand feedback geeft. Dat is de wereld waarin de moeilijkere adviesvraagstukken zich afspelen, en waarin je met de juiste collega's een collegiaal netwerk hebt opgebouwd.

Ik geloof serieus dat je een half jaar na 19 maart 2027 kunt terugkijken en kunt zeggen: die zeven middagen zijn een van de best bestede vrijdagmiddagen van mijn carrière tot nu toe. En dan hoop ik oprecht dat ik dat gelijk krijg.


Even een dag uit het denkbeeldige leven, na deze reeks

Ik neem je even mee in wat ik denk dat een gewone werkdag van een fiscalist er over precies één jaar uit gaat zien, na deze reeks. Niet omdat ik jou een garantie geef. Wel omdat het beeld helpt om te bepalen of jij hier bij wilt horen.

Het is dinsdag 21 september 2027. Half negen 's ochtends. Je opent je laptop. Je Outlook is de nacht doorgegaan met een klein hulpje dat je met mij hebt gebouwd op middag drie: alle mails van gisteravond en vannacht heeft hij doorlopen, gecategoriseerd (dringend, wachten op reactie, kan later, ruis), en de dringende in een lijstje bovenaan gezet. Jij bekijkt die lijst, klikt op wat naar boven moet, en vanaf minuut zeven begin je met werken. Niet met sorteren. Niet met inbox-ruimen. Meteen met werken.

Om half tien komt de eerste klantopdracht binnen. Een grootboek 2026 van een mkb-klant die zijn jaarrekening wil hebben klaargelegd. Vroeger duurde dat drie tot vijf uur om te controleren. Nu open je het lokaal draaiende grootboekcontrole-programma dat we op middag twee samen hebben gebouwd, drukt drie keer op enter, en drie minuten later heb je een compact rapport dat je zegt: alles klopt, behalve deze drie posten waar iets afwijkt van de verwachte patronen. Jij pakt die drie posten op, ziet dat één een gewone kwestie is en twee een echte discussie met de klant vereisen. En je bent tegen elven al aan het denken over die twee. Vroeger was je tegen elven nog aan het zoeken naar wat er misging.

Middaguur. Je hebt een klantgesprek. Terwijl je met hem in gesprek bent, loopt op de achtergrond, met zijn expliciete toestemming, de notulering. En terwijl hij vraagt over de rechtsvormkeuze voor zijn nieuwe deelneming, tik je in het Nederlands een prompt richting je eigen fiscale onderzoeks-agent: "Zoek in mijn eigen dossierarchief alle rechtsvorm-adviezen van de afgelopen drie jaar bij holdingstructuren met deelnemingen in tech-startups, en geef me een korte samenvatting van hoe ik daar toen op heb geadviseerd." Voordat het klantgesprek is afgelopen, heb je een dossierlijstje in je scherm en kun je met kennis van je eigen historie sneller en scherper doorpraten dan een half jaar geleden. En terwijl hij nog een tweede kop koffie neemt, prent jij in je hoofd de vraag die vroeger je hele avond op zou eten: "waar heb ik dit ook alweer voor iemand anders al eens gedaan?"

Half twee. Lunch. Je eet buiten met een collega die de reeks niet heeft gedaan. Hij vertelt dat hij nog steeds handmatig grootboekaansluitingen doet, en zonder trots, met een klein zuchtje: hij hoopt dat hij dit najaar tijd heeft om zich eens in AI te verdiepen. Jij bent onbedoeld voorzichtig in wat je vertelt over hoe jouw eigen ochtend eruit heeft gezien. Niet omdat je verstopt speelt. Wel omdat het verhaal onwerkelijk klinkt.

's Middags werk je een advies uit voor een dga die vragen heeft over de belastingheffing bij zijn stock options-plan in de Amerikaanse holding. Voor die vragen heb je vroeger een middag over gedaan aan onderzoek. Nu heeft de fiscale onderzoeks-agent, die je op middag zes van de reeks hebt gebouwd, in vijftien minuten drie modellen uitgewerkt met de fiscale gevolgen per scenario, met bronvermeldingen. Jij hoeft die alleen nog te controleren en te vertalen naar de klanttaal. Twee uur werk in plaats van zes uur. Jij hebt tijd voor het gesprek met die dga. Vroeger had je tijd voor het rekenwerk, en te weinig voor het gesprek.

Om vijf uur ga je naar huis. Op tijd. Met een kop tevredenheid. Niet omdat je meer klanten hebt gedaan dan vroeger. Wel omdat je de klanten die je hebt gedaan met meer diepgang hebt bediend. En je hebt tussendoor drie kleine verbeteringen aan je tools genoteerd voor komende vrijdagmiddag als je zelf gaat sleutelen. Sleutelen, in eigen tempo, naast je werk, in de vrije middag die je jezelf hebt georganiseerd. Want deze reeks heeft je die vrijdagmiddag-cultuur meegegeven: de rustige middag waarin jij, met je eigen tools, verder bouwt aan je eigen praktijk.

Dat is de dag die ik voor je zie in september 2027. Niet iedereen bereikt hem. Sommigen komen halverwege. Sommigen komen verder. Maar het beeld is bruikbaar. Het is wat er kan zijn als je nu instapt.


Voor wie twijfelt: de vijf meest gehoorde bezwaren, eerlijk beantwoord

Ik heb inmiddels genoeg gesprekken gevoerd met collega's die twijfelen om te weten welke bezwaren er vaak opdoemen. Ik loop ze langs. Kort en eerlijk.

"Ik heb hier geen tijd voor."

Drie uur per vrijdagmiddag, één keer per maand, gedurende zes maanden. Dat is achttien uur op een half jaar. Dat is minder dan een gemiddeld kantoor in een week aan interne vergaderingen besteedt. En de opbrengst is duurzaam. Wat je in die achttien uur leert, gebruik je de rest van je carrière. Niet elke leerinvestering heeft zulke gunstige unit-economics. Deze wel.

"Ik ben te oud voor programmeren."

Als je te oud bent om iets nieuws te leren, ben je te oud om nog belasting advies te geven, want dat vak vernieuwt zichzelf elke maand. Vibe coding is niet programmeren. Het is beschrijven in het Nederlands wat je wilt. Als je een e-mail kunt schrijven, kun je vibe coding. Serieus. Ik heb collega's van boven de zestig die er even blij van worden als een junior aan het begin van zijn loopbaan. En vaak zelfs blijer, omdat ze meer levenservaring hebben met vragen "waar dient dit toe" voordat ze aan iets beginnen te bouwen.

"Ik snap technologie niet."

Perfect. Dat is de doelgroep. Ik ben geen software-engineer. Ik ben een fiscalist die ontdekt heeft dat AI hem in staat stelt om iets te bouwen. Ik leer je vanuit de fiscale invalshoek te bouwen, niet vanuit de programmeer-invalshoek. Dat betekent dat elk voorbeeld, elke uitleg, elk moment van "waarom werkt dit zo" wordt uitgelegd in taal die je herkent uit je dagelijks werk. Niet in jargon.

"Mijn kantoor heeft al een IT-afdeling die dit soort dingen doet."

Prima. En des te belangrijker dat jij als vakinhoudelijk professional weet wat er wel en niet kan met deze technologie, zodat jij met de IT-afdeling het goede gesprek kunt voeren. Nu is dat gesprek nog vaak eenrichtingsverkeer: IT stelt voor, jij zegt ja of nee. Na deze reeks is dat gesprek een dialoog: jij weet welke tool nut heeft voor welk werk, IT weet hoe die tool in je systemen past. De brug tussen die twee werelden is precies wat elke groter kantoor de komende jaren nodig heeft, en wie die brug is, wordt daar goed voor beloond.

"Ik wacht liever nog een half jaar, dan is de technologie stabieler."

Twee dingen. Eén: de technologie is nu al stabiel genoeg om echte productiewaarde te leveren, en dat weten we omdat er kantoren zijn die het nu al doen. Twee: elke maand die je wacht, staat een andere collega die niet wacht een maand voor op jou. In een half jaar is dat verschil zes maanden. In een jaar is dat verschil een jaar. In drie jaar heb je een gat dat niet meer in te lopen is. Wachten met leren betekent achterlopen op degenen die niet wachten. Er is geen "veiliger later". Er is "beginnen met vangrails" of "helemaal niet beginnen". Ik weet welke van de twee ik jou toewens.

Voor elk ander bezwaar dat je zou willen inbrengen, hierbij een open uitnodiging: mail het naar hallo@blauwevrijdag.nl. Ik neem het serieus. Ik antwoord persoonlijk. En als je bezwaar goed is en ik denk dat je gelijk hebt, dan zeg ik dat ook. Ik ben er niet op uit om iedereen erin te praten. Ik ben er op uit dat wie het gaat doen, het bewust doet.


Wat het niet is

Voor de duidelijkheid, en om verwachtingen goed te stellen, ook even wat deze reeks bewust níet is.

Het is geen commerciële cursus met certificaat. Er is geen bewijs achteraf, geen puntensysteem, geen glossy brochure. Wel is de reeks aftrekbaar voor je PE-verplichting op basis van de gewerkte uren, mocht je die administratie zelf bijhouden. Ik lever daar zo nodig een korte bevestigingsverklaring bij.

Het is geen introductie in AI voor beginners die nog nooit met ChatGPT hebben gewerkt. Als je nog niet één keer eerder een prompt hebt getypt in enig AI-model, dan zijn er andere plekken die geschikter zijn om te beginnen. Voor de duidelijkheid: geen technische voorkennis nodig, en geen programmeerkennis nodig, maar wel al eens de knop van een AI-tool ingedrukt hebben. Als je twijfelt, mail me, dan kijken we samen of het past.

Het is geen webinar. Je gaat niet luisteren. Je gaat kijken en meebouwen. Wie na anderhalf uur weer terug is bij "even mijn mail bijwerken", loopt achter en haalt het niet meer in. Dat betekent: die middagen zet je in je agenda vast, je zorgt dat je zonder onderbreking kunt zitten, en je maakt vooraf de afspraak met jezelf dat dit drie uur van je week zijn die je aan het bouwen wijdt. Zonder mail, zonder telefoon, zonder tussendoor.

Het is geen sales-funnel. Je krijgt geen verkoopgesprek na afloop. Je krijgt geen upsell naar een duurder programma. Je krijgt na 19 maart 2027 een mailtje van mij met een dankjewel en een suggestie om, als je verder wilt, met de collega's uit je groep een blijvend collegiaal netwerk te bouwen. Meer niet.

Het is geen belofte dat je onmisbaar wordt door AI. Het is een belofte dat je je vak beter gaat begrijpen, dat je je klantwerk beter gaat kunnen bedienen, en dat je met een gerust hart aan iemand kunt uitleggen hoe jij AI in je praktijk hebt ingericht.

En het is geen individuele les. Het is een groep. Ik ga niet je persoonlijke coach zijn en niet je individuele projecten op je eigen kantoor begeleiden. Wel ben ik tussen de middagen door bereikbaar per mail voor vragen, en waar iets typisch een groepskwestie is nemen we die op de volgende middag samen door. Dat is bewust gekozen: de kennis die uit een groep komt is bijna altijd rijker dan wat één docent tegenover één cursist kan bieden.


Hoe je meedoet

Hier is het praktisch. Er is één manier om jezelf voor deze reeks aan te melden, en dat is via een mail naar hallo@blauwevrijdag.nl. Ik heb geen inschrijfformulier, geen betaalsysteem, geen automatisering. Als je meewilt, stuur me een mailtje. Meer niet.

Ik antwoord binnen twee werkdagen. Ik bevestig je plek. Ik stuur je de Teams-link, de basisinformatie, en een korte checklist voor middag één. Op de eerste dag zijn we compleet.

Eerlijk gezegd loopt het snel. Bij het schrijven van deze editie staan er al ruim twintig aanmeldingen. Dat is meer dan ik in mijn oorspronkelijke opzet had bedacht en ik ga daar hardop dankbaar voor zijn. Concreet: er is nog plek, maar veel is het niet meer. Als het onverhoopt vol is tegen de tijd dat jouw mail binnenkomt, zet ik je op de wachtlijst voor een tweede reeks die ik in dat geval waarschijnlijk in de eerste helft van 2027 opnieuw ga geven. Het maximum houd ik zo dat ik iedereen persoonlijk kan volgen tijdens de middagen zelf; wordt de groep groter dan wat werkbaar is, dan snijd ik hem op in twee parallelle reeksen.

Als je nog niet zeker weet of je wilt meedoen, doe deze twee dingen deze week. Vraag me om de webinar-opname met Vincent zodra hij live is (mail naar hallo@blauwevrijdag.nl, ik houd een lijstje bij). En probeer een uur lang zelf, met welke AI-tool je ook hebt, een klein hulpje te bouwen voor iets waar jij op je eigen kantoor tegenaan loopt. Iets wat je normaal niet zou doen omdat je denkt dat je niet kunt programmeren. Doe het gewoon één keer. Neem risico's in een sandbox met verzonnen data. En kijk dan of je enthousiasme of frustratie krijgt. Als het enthousiasme wordt, ben je waarschijnlijk klaar voor deze reeks. Als het frustratie wordt, mail me dan met wat er mis ging, dan help ik je vooraf even op weg zonder dat het je iets kost.


Waarom ik dit doe

Even eerlijk. Waarom biedt Ron Meijer een reeks van zeven middagen aan zonder cursusfee? Wat is de catch? Is er wel een catch?

De eerlijke, volledige, niet-gelakte versie is deze.

Ik heb dit jaar mijn beste jaar tot nu toe. Financieel gaat het goed. Onze wachtlijsten voor cursussen bij Blauwe Vrijdag, SRA, Sdu en NOAB staan lang. Ik heb gekozen om deze reeks buiten die kanalen om te doen, in eigen tijd, buiten de reguliere agenda, omdat ik iets terug wilde doen naar het vakgebied dat me al jaren goed is geweest. En omdat ik denk dat de manier waarop wij als beroepsgroep met AI omgaan de komende jaren allesbepalend gaat zijn voor of we relevant blijven of niet. Dat kan ik door mijn bestaande kanalen hard blijven bepleiten, en dat zal ik ook doen. Maar er is iets extra's nodig, en dat is een plek waar collega's, buiten hun eigen kantoormuren, met elkaar en met mij samen kunnen bouwen. Die plek was er nog niet. Nu is die er wel.

Waarom geen cursusfee. Omdat een cursusfee een barrière zou zijn voor de kleinere kantoren en voor de zzp-adviseurs waarvan ik weet dat ze deze materie het hardst nodig hebben. En omdat een cursusfee me zou hebben verplicht om deze reeks te gaan verkopen, en dat wil ik expliciet niet. Dit is een uitnodiging, geen verkoop.

Waarom een vrijwillige donatie aan een zeehondencentrum. Omdat ik ergens wil dat er iets van weerkeert, om te voorkomen dat mensen met een schuldgevoel over "gratis krijgen" komen zitten. En omdat het zeehondencentrum een goed doel is dat weinig aandacht krijgt, dicht bij mijn eigen hart ligt, en waar elke tientje concreet een verschil maakt. Als de reeks twintig deelnemers oplevert en die twintig gemiddeld honderd euro doneren, praten we over tweeduizend euro voor het centrum. Als het driehonderd wordt gemiddeld, praten we over zesduizend. Als niemand doneert, is dat ook prima. Dan hebben we samen goed werk verricht en heeft niemand iets weggegeven.

Waarom nu. Omdat vibe coding als vaardigheid dit najaar de kop nét boven het maaiveld uitsteekt, en omdat wie er de komende twaalf maanden mee begint een concreet voordeel opbouwt. Wie tot volgend voorjaar wacht, gaat catch-up spelen tegenover kantoren die al bezig zijn.

En waarom het voor mij persoonlijk belangrijk voelt om dit nu te doen, buiten alle rationele redenen om. Aan het begin van mijn loopbaan, in een kantoor waar de oudste vennoot mij op een middag apart nam om te zeggen dat hij hoopte dat mijn generatie het vak zou uitdragen wanneer zijn generatie er niet meer zou zijn. Dat is een zin die je niet vergeet. Ik heb toen niet begrepen hoe zwaar die woorden waren. Nu wel. Er is een generatie fiscalisten die op het punt staat het stokje door te geven. En er is een generatie die het gaat oppakken. Wat we deze zeven middagen doen is onder andere: er samen voor zorgen dat het stokje niet valt. Dat de dingen die wij van onze patrons hebben geleerd, straks in nieuwe vormen door kunnen naar de generatie ná ons. Dat is geen loze zin. Dat is voor mij persoonlijk het diepste motief onder deze reeks. Als jij ouder bent en dit herkent, denk ik dat je begrijpt waar ik het over heb. En als je jonger bent, weet dan dat er collega's zijn die met plezier het stokje aan jou willen doorgeven, mits je er de vaardigheden bij verwerft die het nieuwe vak vereist. Dit is één van de kanalen waarlangs dat kan.

En waarom ik oprecht hoop dat jij komt. Omdat ik denk dat je precies bij deze groep past. Omdat ik graag met jou wil bouwen. En omdat ik weet dat als je één middag hebt meegemaakt, je zult begrijpen waarom ik hier zoveel over te vertellen heb. Van tekst kan de energie niet volledig overslaan. Van samen zitten met een scherm en een grijns wél.


Nog een keer, kort, alles op een rij

  • Zeven vrijdagmiddagen van 14:00 tot 17:00.
  • Vanaf 18 september 2026 tot en met 19 maart 2027.
  • Zes middagen via Teams, één middag fysiek in Lauwersoog bij het zeehondencentrum.
  • Geen cursusfee. Vrijwillige donatie aan WEC Zeehondencentrum Pieterburen.
  • Wat je nodig hebt: laptop, AI-abonnement naar keuze, Teams.
  • Wat je meeneemt: broncode, logboeken, werkende tools, een groep collega's die samen zijn opgetrokken.
  • Vijf vangrails vanaf dag één: scheiding speeltuin-productie, menselijke controle, logging verplicht, uitvalbewustzijn, AI-geletterdheid.
  • Groep loopt op dit moment ruim boven de twintig aanmeldingen. Er is nog plek, maar veel niet meer; bij overloop knip ik in twee reeksen.
  • Aanmelden via een mailtje naar hallo@blauwevrijdag.nl.
  • Voor de vangrail-context: de webinar met Vincent de Jong (RB) over de EU AI Act, met een expliciet blok over veilig vibe coden, komt binnenkort online via het RB. Meer daarover in de PPS.

Dat is het aanbod. Dat is de belofte. Dat is de uitnodiging.


Feel-good, om mee af te sluiten

Ik ga nu iets zeggen wat je normaal niet in een fiscale nieuwsbrief leest. Ik ga zeggen dat ik hoop dat je deze editie hebt gelezen niet met een gevoel van "weer iets extra's op mijn bord", maar met een gevoel van "hier zit iets in waar ik zin in krijg".

Want dat is wat ik met deze reeks probeer te delen. Zin. In je vak. In wat je maakt. In wat je maandagochtend je kantoor binnenloopt om te doen. In het gevoel dat je, hoe lang of hoe kort je ook in dit vak zit, nog steeds iets nieuws kunt leren dat direct verschil maakt. In het gevoel dat je niet achter de curve aanjoggen bent, maar dat je met een klein groepje collega's er middenin staat en zelf helpt bepalen hoe de bocht eruit ziet.

Onze beroepsgroep krijgt de komende twee jaar hard te maken met AI. Dat weten we allemaal. Sommigen ondergaan het, sommigen sturen het. Ik hoop dat jij tot de stuurders behoort. En ik hoop dat je bij een van de stuurders die ik ken graag mee wilt bouwen aan een van de tools waarmee we onze eigen praktijk beter maken.

Die vrijdagmiddagen zijn geen zware verplichting. Die vrijdagmiddagen zijn geen serieuze investering. Die vrijdagmiddagen zijn drie uur per keer, gedurende zes maanden, waarin je iets moois maakt met mensen die je gaan bevallen. Meer niet. En als de reeks daarna is afgelopen, heb je zeven werkende tools, veel scherpere kennis van wat AI in je praktijk wel en niet kan, een netwerk van collega's om op terug te vallen, en de trots dat je er zelf mee begonnen bent.

Ik hoop dat je meedoet. Ik hoop dat je vrijdag 18 september 2026 om 14:00 uur samen met mij in Teams zit, laptop open, kop koffie ernaast, een klein oud dossier ter inspiratie erbij, en klaar om te beginnen. Als dat je droom is: mail me. Als je er nog een half uur over wilt nadenken: mail me daarna. Als je nog moet zien wat het is: mail me toch al vast, dan reserveer ik je plek.

De reiger op mijn hek, die eerder deze zomer over de sloot terug vloog met een klein zilverkleurig visje in de snavel, doet nu al twee weken hetzelfde. Elke ochtend rond half zeven. Zelfde ritueel, zelfde geduld. Weten dat het komt, wachten op het juiste moment, één keer toeslaan, wegvliegen, opnieuw beginnen. Dat is wat wij ook gaan doen. Weten dat het komt (AI, verandering, kansen). Wachten op het juiste moment (die eerste vrijdag). Toeslaan (bouwen, meten, verbeteren). En dan weer opnieuw beginnen (de volgende week, de volgende tool, de volgende cliënt die er wat aan heeft).

Vrijdag 18 september. Ik zie je in Teams.

Een laatste woord voordat ik afsluit. Ik heb deze editie geschreven met de bewuste bedoeling om jou een goed gevoel te geven. Feel-good, zoals de Amerikanen dat noemen. Niet omdat ik de realiteit wil verbloemen, want deze reeks vraagt tijd en aandacht die niet vanzelf op je kalender komen. Wel omdat ik denk dat de energie waarmee je iets aanvat, bepalend is voor hoe ver je erin komt. Wie met een schuldgevoel aan een cursus begint, valt er halverwege uit. Wie met een grijns aan een reeks begint, komt er aan de andere kant uit met een grijns én met werkende tools. Die grijns is dus geen bijzaak. Die grijns is een werkkapitaal.

En ik zie het als mijn eigen taak, in de aankondiging van iets als dit, om die grijns te wekken. Niet met beloftes die ik niet kan waarmaken. Wel met een eerlijk verhaal dat je uitnodigt om ook je eigen grijns te vinden.

Vrijdag 18 september 2026 om 14:00 uur. Teams-link krijg je zodra je hebt gemaild. Ik verheug me. Oprecht. Ik hoop dat jij er ook bent.

🟦 Denk blauw. Werk slimmer. Deel kennis.

Ron

PS: Vanavond eten Natasja en ik risotto. Zonder laptop op schoot deze keer. Ik heb geleerd. En als ik je een klein cadeautje mag geven voor de zomer die nog een paar weken heeft: neem één avond deze week helemaal geen scherm mee aan tafel. Kijk je gesprekspartner in de ogen. Vraag door. Vraag door. En kijk hoe rijk dat gesprek wordt. Dat is wat ik zelf ook probeer, en het lukt me niet altijd, maar de avonden dat het lukt zijn de beste avonden van mijn week. Ancora Imparo.

PPS: De opname van de webinar met Vincent de Jong bij het Register Belastingadviseurs over de EU AI Act, met een groot blok over veilig vibe coden, komt binnenkort online via het RB. Ik heb bewust een aparte sectie ingebouwd waarin ik uitleg wat de vijf vangrails zijn en waarom je ze bij vibe coding niet mag overslaan. Zodra hij live is, deel ik de link in de eerstvolgende Vuurtoren en op LinkedIn. Wil je hem persoonlijk toegestuurd krijgen zodra hij beschikbaar is, mail dan naar hallo@blauwevrijdag.nl. Wie hem bekijkt vóór de eerste bouwmiddag van 18 september, komt met een pak meer context de reeks binnen.

PPPS: Voor wie de vorige editie heeft gemist, of wie hem nog eens rustig wil doorlezen: die stond in het teken van de EU AI Act-handhaving die op 2 augustus is begonnen, plus de eerste Nederlandse tuchtberisping voor onzorgvuldig AI-gebruik. Twee dagen na de start van de handhaving. Als je die editie niet meer hebt, ik stuur hem graag op via een mailtje naar hallo@blauwevrijdag.nl.

PPPPS: Vorige week ging het in deze nieuwsbrief over regelgeving (AI Act-handhaving, tuchtrecht). Deze week gaat het over bouwen. Die twee horen bij elkaar. Wie alleen over regelgeving leest, weet wat er niet mag maar niet wat er kan. Wie alleen over bouwen leest, weet wat er kan maar niet waar de grenzen liggen. Prettig weekend, en tot volgende vrijdag.


Deze tips ontvang je van Ron Meijer RB 👋

Ron Meijer RB is registerbelastingadviseur met 20 jaar ervaring in de fiscale praktijk en voorzitter van de Commissie AI & Digitalisering van het Register Belastingadviseurs (RB). Daarnaast is hij oprichter van Blauwe Vrijdag en auteur van het veelverkochte vakboek AI in de fiscale praktijk en van de wekelijkse nieuwsbrief De Fiscale Vuurtoren over AI in het vak. Hij is een veelgevraagd spreker en trainer en verzorgt AI-cursussen voor beroepsorganisaties en kantoren, waaronder SRA, Lefebvre Sdu en NOAB. Ook Blauwe Vrijdag zelf verzorgt AI-cursussen voor belastingadviseurs en accountants.

🟦 Denk blauw. Werk slimmer. Deel kennis.

Heb je nog vragen? Vraag maar! hallo@blauwevrijdag.nl

© Alle rechten voorbehouden.

Wil je deze wekelijkse tips niet meer ontvangen? Stuur een kort berichtje naar rm@blauwevrijdag.nl